een brief, kaartje of e-mail schrijven

Voor mijn leerlingen!

Op de examen moet je ook een brief, kaart of e-mail schrijven. Zo’n brief, kaartje of e-mail bestaat uit 3 delen:
1) de aanhef (= het begin)
2) de inhoud (= dat wat je wilt zeggen/schrijven)
3) het slot (= het eind)

1) DE AANHEF:

Lieve ……… (voornaam),
gebruik je wanneer je iets schrijft aan je ouders, moeder, vader, broer, zus of je man/vrouw (=partner). Deze mensen ken je heel goed, je houdt van ze en ze zijn heel belangrijk voor je.

of

Beste ………. (voornaam),
gebruik je wanneer je iemand goed kent en iemand bij de voornaam noemt, bijvoorbeeld een vriend of vriendin, jouw docent als je hem/haar bij de voornaam noemt, je taalcoach, een goede collega of klasgenoot.

of

Geachte heer…… (achternaam), of
Geachte mevrouw ……. (achternaam), of
Geachte heer/mevrouw, (wanneer je niet weet of het een man of vrouw is en je weet geen achternaam).
Dit gebruik je in officiële brieven.
Je gebruikt het wanneer je iemand niet kent of wanneer iemand ver van je af staat. Bijvoorbeeld de docent van je kinderen, de school, de dokter, de tandarts, de gemeente, de zorgverzekeraar, de apotheek.

2) DE INHOUD: Je leert hier twee of drie of meer zinnen maken waarmee je iets wilt vertellen.

3) HET SLOT:

Liefs, ……. (jouw naam).
Veel liefs, ….. (jouw naam)
Veel liefs en groetjes, ……. (jouw naam)
gebruik je wanneer je een brief/kaartje/e-mail eindigt aan je ouders, moeder, vader, broer, zus of je man/vrouw (=partner). Deze mensen ken je heel goed, je houdt van ze en ze zijn heel belangrijk voor je.

of

Groetjes, ……. (jouw naam)
Groeten van, ……. (jouw naam)
Met hartelijke groeten, ……. (jouw naam)
gebruik je wanneer je een brief/kaartje/e-mail eindigt aan iemand die je goed kent en bij de voornaam noemt, bijvoorbeeld een vriend of vriendin, jouw docent als je hem/haar bij de voornaam noemt, je taalcoach, een goede collega of klasgenoot.

of

Met vriendelijke groet,
………………(voor en achternaam).
Dit gebruik je wanneer je een officiële brief, briefje of e-mail eindigt.
Je gebruikt het wanneer je iemand niet kent of wanneer iemand ver van je af staat. Bijvoorbeeld de docent van je kinderen, de school, de dokter, de tandarts, de gemeente, de zorgverzekeraar, het ziekenhuis, de apotheek.

HEEL BELANGRIJK:
Leer het bovenstaande uit je hoofd. Leer dus wat er staat bij punt 1) de aanhef (=het begin) en bij punt 3) het slot (=het eind).

Wat je allemaal kan schrijven bij punt 2) de inhoud, dat gaan we héél véél oefenen! :).
Punt 2) de inhoud, gaan we dus leren door heel veel te DOEN!