over en uit

Voor mijn leerlingen!

extra Kennis Nederlandse Maatschappij

Je hebt hierover misschien niets geleerd bij de inburgering maar elke Nederlander heeft er wel eens van gehoord! Daarom moet jij het ook weten, want dan kun je over steeds meer Nederlandse dingen praten met de Nederlanders. Zo word je telkens een beetje meer Nederlander :) !! Zoek de nieuwe woorden op of vraag ze aan mij! Veel leesplezier!
een lege V&D (c) uilentaal

(c)uilentaal

De foto die je hiernaast ziet is een heel trieste foto. Het is een foto van een totaal lege winkel van de V&D. Het is ook een heel vreemde foto want je ziet niet vaak een helemaal lege winkel waar toch het licht brandt.
Waarom is deze winkel leeg? Omdat V&D failliet is!

Wat was de V&D? Dat was de naam van een heel bekend warenhuis in Nederland. De letters V en D komen van Vroom en Dreesmann. Vroom en Dreesman, zo heetten de twee mannen die V&D stichtten.  In alle grote steden in ons land was er wel een V&D. Je kon er kleding, sjaals, tassen, panty’s, sierraden, kantoorspullen, boeken, make-up en nog heel veel meer kopen. Bij de V&D was heel vaak ook een restaurant met de naam “La Place”. Dat was het zelfbedieningsrestaurant van V&D waar je voor een leuke prijs verse dingen kon eten of even gezellig koffiedronk.
Heel veel winkels van de V&D waren gevestigd in heel mooie, markante gebouwen in de verschillende binnensteden.

Iedere Nederlander kende de V&D en ook weet iedere Nederlander dat de V&D er nu niet meer is.

Vandaag sloot de laatste V&D-winkel in Hilversum…….

Opdracht:
1) Leer de nieuwe, moeilijke woorden in makkelijk Nederlands (hieronder);
2) Zoek de werkwoorden, die in de verledentijd staan, op in de tekst;
3) Lees de tekst een keer rustig en hardop voor.

over en uit – iets is afgelopen, stopt, ten einde (het heeft vaak een negatieve lading);
triest
– verdrietig, niet blij;
failliet – het geld van een bedrijf is op, het bedrijf kan niemand meer betalen en moet stoppen;
warenhuis – een heel grote winkel met heel veel verschillende producten;
stichten, stichtte/n, gesticht – iets oprichten, beginnen;
zelfbedieningsrestaurant – een restaurant waar je zelf de dingen moet pakken, die je wilt eten. Deze dingen betaal je dan eerst bij de kassa, daarna eet je ze in het restaurant op;
markant – opvallend, bijzonder;
binnenstad, binnensteden – het centrum van een stad.

Advertenties

“El Salvador” passed away

Cruijff is niet meer! Eeuwig zonde en véél te vroeg!

http://likesuccess.com/author/johan-cruijff

(c) likesuccess.com

Voor mijn leerlingen:

Als je in NL en ver daarbuiten “voetbal” zegt, dan zeg je “Cruijff” en andersom! Ook al snap ik niets van voetbal, toch was Cruijff mijn jeugdheld! Hij voetbalde niet alleen geweldig, maar hij praatte ook zo eenmalig! En mijn held Johan heeft er voor gezorgd dat ik al op zeer jeugdige leeftijd de topografie van Spanje uit mijn hoofd ging leren en wist dat er Madrilenen en Barcelonezen waren, die dan respectievelijk uit Madrid en Barcelona kwamen :). Wat een beetje Telesport lezen al niet opleverde voor de woordenschat!
Hier zijn nog een aantal aardige foto’s van Johan te bekijken.

Opdracht:
1) Leer de nieuwe, moeilijke woorden in makkelijk Nederlands (hieronder);
2) Zoek de werkwoorden, die in de verledentijd staan, op in de tekst;
3) Lees de tekst een keer rustig en hardop voor.

is niet meer = zeggen we van een persoon die overleden is -> Oma is overleden: Oma is niet meer;
eeuwig zonde = heel erg jammer;
andersom = omgekeerd;
jeugdheld = een persoon die je heel belangrijk en bijzonder vindt, als je jong bent;
eenmalig = 1) hier betekent het: bijzonder, apart, alleen zoals hij dat deed. 2) het kan ook betekenen: 1 keer;
topografie = namen van plaatsen in een land, ook weten waar deze plaatsen liggen;
respectievelijk = met dit woord kan je iets schrijven over dingen in de goede volgorde. Hier gaat het over “Madrilenen” en “Barcelonezen. Eerst zeg je dan eigenlijk: Madrilenen komen uit Madrid, daarna zeg je: Barcelonezen komen uit Barcelona. Als je dit in één zin wilt vertellen, doe je dat met het woordje “respectievelijk”.
Telesport = het deel van de grote Nederlandse krant “De Telegraaf”, dat over sport gaat;
woordenschat = alle woorden die je kent van een taal.

 

 

een brief, kaartje of e-mail schrijven

Voor mijn leerlingen!

Op de examen moet je ook een brief, kaart of e-mail schrijven. Zo’n brief, kaartje of e-mail bestaat uit 3 delen:
1) de aanhef (= het begin)
2) de inhoud (= dat wat je wilt zeggen/schrijven)
3) het slot (= het eind)

1) DE AANHEF:

Lieve ……… (voornaam),
gebruik je wanneer je iets schrijft aan je ouders, moeder, vader, broer, zus of je man/vrouw (=partner). Deze mensen ken je heel goed, je houdt van ze en ze zijn heel belangrijk voor je.

of

Beste ………. (voornaam),
gebruik je wanneer je iemand goed kent en iemand bij de voornaam noemt, bijvoorbeeld een vriend of vriendin, jouw docent als je hem/haar bij de voornaam noemt, je taalcoach, een goede collega of klasgenoot.

of

Geachte heer…… (achternaam), of
Geachte mevrouw ……. (achternaam), of
Geachte heer/mevrouw, (wanneer je niet weet of het een man of vrouw is en je weet geen achternaam).
Dit gebruik je in officiële brieven.
Je gebruikt het wanneer je iemand niet kent of wanneer iemand ver van je af staat. Bijvoorbeeld de docent van je kinderen, de school, de dokter, de tandarts, de gemeente, de zorgverzekeraar, de apotheek.

2) DE INHOUD: Je leert hier twee of drie of meer zinnen maken waarmee je iets wilt vertellen.

3) HET SLOT:

Liefs, ……. (jouw naam).
Veel liefs, ….. (jouw naam)
Veel liefs en groetjes, ……. (jouw naam)
gebruik je wanneer je een brief/kaartje/e-mail eindigt aan je ouders, moeder, vader, broer, zus of je man/vrouw (=partner). Deze mensen ken je heel goed, je houdt van ze en ze zijn heel belangrijk voor je.

of

Groetjes, ……. (jouw naam)
Groeten van, ……. (jouw naam)
Met hartelijke groeten, ……. (jouw naam)
gebruik je wanneer je een brief/kaartje/e-mail eindigt aan iemand die je goed kent en bij de voornaam noemt, bijvoorbeeld een vriend of vriendin, jouw docent als je hem/haar bij de voornaam noemt, je taalcoach, een goede collega of klasgenoot.

of

Met vriendelijke groet,
………………(voor en achternaam).
Dit gebruik je wanneer je een officiële brief, briefje of e-mail eindigt.
Je gebruikt het wanneer je iemand niet kent of wanneer iemand ver van je af staat. Bijvoorbeeld de docent van je kinderen, de school, de dokter, de tandarts, de gemeente, de zorgverzekeraar, het ziekenhuis, de apotheek.

HEEL BELANGRIJK:
Leer het bovenstaande uit je hoofd. Leer dus wat er staat bij punt 1) de aanhef (=het begin) en bij punt 3) het slot (=het eind).

Wat je allemaal kan schrijven bij punt 2) de inhoud, dat gaan we héél véél oefenen! :).
Punt 2) de inhoud, gaan we dus leren door heel veel te DOEN!

musea in nederland

Voor mijn leerlingen!

extra Kennis Nederlandse Maatschappij!

Je hebt hierover misschien niets geleerd bij de inburgering maar elke Nederlander heeft er wel eens van gehoord! Daarom moet jij het ook weten, want dan kun je over steeds meer Nederlandse dingen praten met de Nederlanders. Zo word je telkens een beetje meer Nederlander :) !! Zoek de nieuwe woorden op of vraag ze aan mij! Veel leesplezier!

Eén museum, twee musea. Musea is het meervoud van museum.

Wat is dan precies een museum? Nu, een museum zit meestal in een groot, oud of mooi gebouw, maar dat hoeft niet. Een museum kan ook in een heel kleine ruimte zijn.
In een museum kun je naar heel mooie, aparte of bijzondere dingen kijken. Je kunt er ook naar typische dingen kijken. Dingen dus, die ergens bijhoren.
Of je kijkt er naar oude of juist heel erg moderne dingen.

In een museum kijk je dus naar iets. Je kijkt er naar iets, omdat je dat leuk of interessant vindt of, omdat je er graag iets over wilt weten of leren.
In Nederland hebben we heel erg veel musea. Er zijn er meer dan 900! Dus als je vrije tijd hebt, kan je er best eentje bezoeken, want ook bij jou in de buurt zit vast en zeker wel een museum.
Ik zal je hier iets vertellen over twee belangrijke musea in Nederland waar heel veel toeristen komen.

1) Rijksmuseum.
Het Rijksmuseum is in Amsterdam. Het is een heel groot museum met een paar honderd zalen. Je kunt er kijken naar Nederlandse kunst en Nederlandse geschiedenis. Er hangen belangrijke schilderijen van belangrijke en bekende Nederlandse schilders, zoals Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer, Frans Hals en Jan Steen.
Maar je kunt er ook tekeningen, beelden, meubels, keramiek en glas zien.
Jaarlijks komen er wel een paar miljoen bezoekers!

Het museum heeft ook een grote bibliotheek en een werkplaats waar schilderijen die oud of stuk zijn, weer kunnen worden gemaakt. Het weer mooi en heel maken van de oude schilderijen noemen we restaureren. Deze werkplaats noemen we een restauratieatelier.
Het museum is van 2003 tot 2013 gesloten geweest omdat het werd verbouwd. Begin 2013 werd het museum door Koningin Beatrix weer heropend.
Op de site van het museum kan je nog veel meer lezen en zien.

2) Mauritshuis
Het Mauritshuis staat in Den Haag. Het Mauritshuis is veel kleiner dan het Rijksmuseum. Er hangen veel schilderijen uit de Gouden Eeuw. De Gouden Eeuw was een periode waarin het heel goed ging met Nederland.
Het Mauritshuis is in de 17e eeuw gebouwd in opdracht van Johan-Maurits van Nassau-Siegen en was eigenlijk zijn stadspaleis. Het gebouw ziet er vanbinnen dan ook heel mooi uit. Er hangen honderden schilderijen. Een paar heel bekende schilderijen zijn “Het meisje met de Parel” en “Gezicht op Delft”, beide van Vermeer, “Het Puttertje” van Fabritius en “De Stier” van Paulus Potter.
Het museum was van 2012 tot 2014 gesloten omdat het werd vergroot.
In het eerste jaar na de verbouwing zijn er meer dan een half miljoen bezoekers naar het museum gekomen.
Ook het Mauritshuis heeft een prachtige site waar je meer kan lezen en zien.

Nog een paar belangrijke musea in Nederland zijn het Anne Frankhuis, het Van Gogh museum en het Groninger museum. Als je zin hebt, kun je proberen hierover zelf meer te lezen.

Opdracht:
1) Leer de nieuwe, moeilijke woorden in makkelijk Nederlands (hieronder);
2) Zoek alle hele (!!) werkwoorden op in de tekst;
3) Lees de tekst een keer rustig en hardop voor.

typisch = kenmerk. Bijvoorbeeld: molens zijn typisch Nederlands. Het hoort echt bij Nederland;
vast en zeker = zeker, we zeggen het als we iets héél zeker weten: Er is vast en zeker een museum = ik weet zeker, dat er een museum is;
keramiek = aardewerk: kopjes, schoteltjes, potten, vazen die gebakken zijn in een oven;
verbouwen, verbouwde/n, verbouwd = een gebouw veranderen, een deel van een gebouw anders bouwen;
heropenen, heropende/n, heropend = een belangrijk gebouw, winkel of bedrijf gaat weer opnieuw open, nadat het een tijd gesloten/dicht is geweest;
stadspaleis = een heel groot en mooi huis (=paleis), dat in de stad staat;
vergroten, vergrootte/n, vergroot = iets groter maken.

 

de molens van kinderdijk

Voor mijn leerlingen!

extra Kennis Nederlandse Maatschappij!

Je hebt hierover misschien niets geleerd bij de inburgering maar elke Nederlander heeft er wel eens van gehoord! Daarom moet jij het ook weten, want dan kun je over steeds meer Nederlandse dingen praten met de Nederlanders. Zo word je telkens een beetje meer Nederlander :) !! Zoek de nieuwe woorden op of vraag ze aan mij! Veel leesplezier!

(c) uilentaalDe molens van Kinderdijk staan in het dorp Kinderdijk. Kinderdijk is een klein dorp in de streek Alblasserwaard in de Provincie Zuid-Holland. In Kinderdijk staan 19 (!!) molens heel dicht bij elkaar. De molen hoort natuurlijk heel erg bij Nederland, typisch Nederlands dus. Maar als er dan ook nog eens 19 molens zo dicht bij elkaar staan, dan is dat natuurlijk wel heel bijzonder!
Daarom zijn de molens van Kinderdijk een echte toeristische trekpleister. Plaatsen waar veel toeristen komen, noemen we een toeristische trekpleister.

Er loopt een pad tussen de molens door. Als je op het pad fietst of loopt, kun je heel dicht bij de molens komen. Eén molen kan je ook van binnen bekijken.
De molens zijn al heel erg oud. Ze zijn gebouwd in de jaren 1738 en 1740, ze zorgen ervoor dat het water uit de polders van de Alblasserwaard blijft.

zinnen maken – lijdende vorm

Voor mijn leerlingen!

Zet de volgende (bedrijvende, actieve) zinnen in de lijdende (passieve) vorm.

1. De vrouw maakt het huis schoon.
2. Het meisje koopt de nieuwe broek.
3. De koe geeft melk.
4. Het meisje doet de jas aan.
5. Hassan haalt Badria op uit school.
6. De familie koopt een groter huis.
7. De kinderen spelen in de tuin. (Let op: woordje “er” gebruiken).
8. De man belt aan de deur. (Let op: woordje “er” gebruiken)
9. De familie kijkt een programma op TV.
10. De zussen doen de afwas.

Als je de zinnen hebt gemaakt, geef ze dan aan mij. Ik kijk ze voor je na. Veel succes!

Wil je nog eens opnieuw lezen of leren over de lijdende vorm, kijk dan nog eens hier.

 

wat is de lijdende vorm?

Voor mijn leerlingen!

Bekijk de volgende zinnen:
1. De vrouw haalt de boodschappen.
2. De boodschappen worden door de vrouw gehaald.

Zin 1 staat in de bedrijvende (of actieve vorm).
In deze zin kunnen we 3 dingen een naam geven:
1)
er staat een werkwoordelijk gezegde in de zin. Dat is hier de persoonsvorm=het vervoegde werkwoord: haalt;
2)
er staat een onderwerp in de zin. Om te weten wie/wat het onderwerp is, kan je vragen wie/wat doet iets? (=hier: haalt iets)? Het antwoord is hier dan: de vrouw haalt iets. De vrouw is daarom het onderwerp in deze zin. Het onderwerp in de bedrijvende zin doet iets, daarom noemen we het ook wel de actieve vorm!
3)
er staat een lijdend voorwerp in deze zin. Om te weten wie/wat het lijdend voorwerp is, kan je vragen wie/wat haalt (=werkwoordelijk gezegde) de vrouw (=onderwerp)? Het antwoord is hier: de boodschappen, de vrouw haalt de boodschappen. De boodschappen zijn daarom het lijdend voorwerp in deze zin.

Deze zin in de bedrijvende vorm heeft dus een werkwoordelijk gezegde, onderwerp en lijdend voorwerp. Je kunt deze zin in de lijdende (of passieve) vorm zetten.

Zin 2 staat in deze lijdende (of passieve) vorm.
Er veranderen dan drie dingen:
1.
Het lijdend voorwerp (de boodschappen) wordt onderwerp.
Je kan immers vragen: wie/wat wordt gehaald (=werkwoordelijk gezegde)? Het antwoord is dan: de boodschappen. Het onderwerp in de lijdende zin doet echter niets, daarom noemen we dit ook wel de passieve vorm.
2.
Het onderwerp wordt een bijwoordelijke bepaling, het woordje door staat ervoor.
Wat een bijwoordelijke bepaling precies is en hoe we deze kunnen vinden in een zin, daarover later meer!
3.
In het gezegde komt een vorm van het hulpwerkwoord worden te staan. Het werkwoordelijke gezegde wordt daarom: wordt gehaald.

Let op!
– Als een bedrijvende zin in de onvoltooide tijd staat (zoals hierboven), moet je in de lijdende zin het hulpwerkwoord worden gebruiken.
– Als een bedrijvende zin in de voltooide tijd staat (zoals hieronder), moet je in de lijdende zin het hulpwerkwoord zijn gebruiken.
– Als je zinnen omzet van de bedrijvende vorm naar de lijdende vorm of andersom moet de tijd van de zin hetzelfde blijven. Iets wat in de tegenwoordige tijd (nu) staat, blijft dus in de tegenwoordige tijd (nu).

Twee zinnen in de voltooide tijd:
1. De vrouw heeft de boodschappen gehaald. (bedrijvend/actief)
2. De boodschappen zijn door de vrouw gehaald. (lijdend/passief)

Hier is ook nog een film waarin de lijdende vorm van een zin wordt uitgelegd.

Wanneer je alles hebt begrepen, wat je hierboven hebt gelezen, dan mag je proberen ook naar de volgende film te luisteren: het Nederlands in deze film is moeilijker. Wanneer je niet alles begrijpt uit deze film is dat helemaal niet erg!

Wanneer je nog niet alles snapt of je wilt zelfs meer weten over de lijdende vorm, vraag het mij dan in de les. Ik vertel er dan over.

Hier vind je een aantal zinnen, die je in de lijdende vorm mag gaan zetten. Geef de gemaakte zinnen aan mij en ik kijk ze voor je na! Veel succes!