iets vertellen over uzelf – ramadan mubarak/رمضان مبارك

Voor mijn leerlingen!

Zoals je weet, verandert vanaf mei 2018 het examen schrijven. Je moet dan ook “iets vertellen over uzelf”, zoals DUO het noemt. Omdat het nu ramadan is en veel leerlingen dat vieren, gaan we iets vertellen over deze maand. Als je geen ramadan houdt, mag je iets vertellen over je verjaardag.

OPDRACHT
Vertel iets over ramadan. Schrijf minimaal vier hele zinnen. Denk aan:
– Hoelang duurt het feest en wanneer begint het?
– Waarom vier je het?
– Wat doe je allemaal tijdens ramadan? En moet iedereen meedoen?

Probeer nu eerst de oefening te maken. Schrijf een stukje tekst. Kijk daarna pas onder het plaatje!
Onder het plaatje staat een mogelijk antwoord. Maar er zijn natuurlijk nog veel meer antwoorden goed. Als je de oefening gemaakt hebt, kijk ik deze graag voor je na!
Veel succes en ramadan mubarak!

ramadan_2018 (c)uilentaal, lekkers ter gelegenheid van Ramadan, gekregen van een van mijn leerlingen :-))

(c) uilentaal, lekkers ter gelegenheid van ramadan, gekregen van een van mijn leerlingen :-))

Goede teksten kunnen zijn:
1) Ramadan
De ramadan duurt een maand. Het begint elk jaar op een andere dag, dat komt door de maan.
Ik vier het, omdat het de vastenmaand is in islam. Die is heel belangrijk.
Overdag mag je niet eten en drinken. Als de zon onder is, eten we lekkere hapjes.
Je hoeft niet te vasten, als je ziek of zwanger bent.
2) Verjaardag
Ik ben elk jaar in januari jarig.
Ik vier mijn verjaardag, omdat ik het gezellig vind.
Ik krijg familie en vrienden op bezoek.
Wij praten samen en eten en drinken lekkere dingen.

Advertenties

iets vertellen over uzelf – de hobby

Voor mijn leerlingen!

Het examen schrijven verandert vanaf mei 2018 een beetje! Je moet dan ook een keer “iets vertellen over uzelf” zoals DUO het noemt op de site.
Daarom gaan we daarmee gelijk maar oefenen! :))

OPDRACHT
Vertel iets over uw hobby. Schrijf minimaal vier hele zinnen. Denk aan:
– Hoe lang ben ik al bezig met mijn hobby?
– Waarom vind ik mijn hobby zo leuk?
– Hoeveel tijd besteed ik aan mijn hobby in de week?

Probeer nu eerst de oefening te maken. Schrijf een stukje tekst over jouw hobby. Kijk daarna pas onder het plaatje!
Onder het plaatje staat een mogelijk antwoord. Maar er zijn natuurlijk nog veel meer antwoorden goed. Als je de oefening gemaakt hebt, kijk ik deze graag voor je na!
Veel succes!

Een goede tekst kan zijn:
1 (vrouw)
Mijn hobby is decoreren. Ik heb mijn hobby al sinds mijn jeugd.
Ik vind het leuk om mijn huis mooi te maken, omdat ik van mooie spullen (=dingen) houd.
Elke week ben ik wel een paar uur bezig met mijn hobby.
Ik verander de inrichting van mijn woonkamer dan een beetje.

2 (man)
Mijn hobby is voetballen. Ik heb mijn hobby al sinds mijn jeugd.
Ik vind voetballen leuk, omdat het gezond en gezellig is.
Elke week voetbal ik wel drie avonden.
Ik spreek dan ook mijn vrienden en wij hebben plezier.

schrijfopdracht -stuur een e-mail-4

Voor mijn leerlingen!

Op jullie verzoek: een nieuwe schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen!

Hoe was het ook al weer? Even herhalen:
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna de e-mail.

Opdracht:
Je moet jouw huurtoeslag voor het eerst aanvragen en je wilt het snel ontvangen, daarom doe je het via Vluchtelingenwerk in jouw gemeente. Schrijf een e-mail aan de heer Piet Janssen van Vluchtelingenwerk.

– schrijf (bedenk zelf) het e-mailadres van Vluchtelingenwerk in de mail;
– schrijf een “betreft” of “onderwerp”-regel in de mail.

1) Schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste…… / geachte mevrouw, geachte heer…..)

2) Schrijf de inhoud van de e-mail.
Vraag om een afspraak met de heer Janssen om samen de huurtoeslag versneld aan te kunnen vragen. Schrijf op welke dagen je wel en op welke dagen je beslist niet kunt. Vraag om een dag en tijdstip waarop de heer Janssen jou kan ontvangen.

3) Schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ………..)

Succes! Lever het gemaakte werk bij mij in en ik kijk het voor je na!

schrijfopdracht – stuur een e-mail-3

Voor mijn leerlingen!

Op jullie verzoek plaats ik hier een nieuwe schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.

Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna de e-mail.

Opdracht:
Je wilt beter Nederlands leren praten en nieuwe mensen leren kennen buiten school. Dat kan door een goedkope activiteit te gaan doen. Hiervoor kan je in Nederland het Welzijnswerk om informatie vragen. Het Welzijnswerk in jouw gemeente heet “SamenLeven”. Stuur een e-mail.

– schrijf (bedenk zelf) het e-mailadres van het Welzijnswerk in jouw gemeente in de mail;
– schrijf een “betreft”/ onderwerp-regel in de mail.

1) Schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste…… / geachte mevrouw, geachte heer…..)

2) Schrijf de inhoud van de e-mail.
Vraag welke goedkope activiteiten er in jouw gemeente worden aangeboden en waar en wanneer deze activiteiten plaatsvinden. Vraag hoeveel de activiteiten kosten en vertel waarom het niet duur mag zijn. 
Vraag ook of je zelf voor spullen moet zorgen.

3) Schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ………..)

Succes! Lever het gemaakte werk bij mij in en ik kijk het voor je na!

schrijfopdracht – stuur een e-mail-2

Voor mijn leerlingen!

Op jullie verzoek plaats ik hier nog weer een nieuwe schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.

Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna de e-mail.

Opdracht:
Je wilt leren zwemmen. Je kunt in jouw woonplaats leren zwemmen in Zwembad “De Kikkerpoel”Stuur een e-mail waarin je vraagt om informatie.

– schrijf (bedenk zelf) het e-mailadres van het zwembad in de mail;
– schrijf een “betreft”/ onderwerp-regel in de mail.

1) Schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste…… / geachte mevrouw, geachte heer…..)

2) Schrijf de inhoud van de e-mail, waarin je vraagt wanneer de zwemlessen voor diploma A zijn. Vraag ook hoeveel het kost,  of het zwemmen gemengd is, of er aparte uren voor vrouwen zijn en of vrouwen in een burkini mogen zwemmen.

3) Schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ………..)

Veel succes! Wil je dat ik het nakijk, geef jouw e-mail dan aan mij in de les.

schrijfopdracht – stuur een e-mail-1

Voor mijn leerlingen!

Hieronder staat een schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.
Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna de e-mail.

Opdracht:
Je hebt vrijdag as. een afspraak bij de gemeente. Je kunt niet komen en wilt de afspraak verzetten naar een andere dag. Schrijf een email aan de gemeente.

– schrijf het e-mailadres van de gemeente in de mail
– schrijf een “betreft” – regel in de mail

– schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste…… / geachte mevrouw, geachte heer…..)

schrijf dat je jouw afspraak op vrijdag as. wilt verzetten naar een andere dag, omdat je niet kunt komen. Vertel waarom je niet kunt komen. Vertel op welke dagen je wel naar een nieuwe afspraak kunt komen.

– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ………..)

Veel succes! Wil je dat ik het nakijk, geef jouw e-mail dan aan mij in de les.

schrijfopdracht – stuur een briefje-1

Voor mijn leerlingen!

Hieronder staat een schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.
Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna het briefje.

Opdracht:
Je dochtertje Badria heeft volgende week een uitje van school. De klas gaat ook samen eten bij de chinees.
Je wilt de juf van school vertellen dat Badria alleen maar vegetarisch of kip mag eten bij de chinees. Badria mag geen andere gerechten nemen, omdat daar varkensvlees in zit.
Schrijf een kort briefje aan de juf van Badria.
1)
– schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste….. / geachte mevrouw, geachte heer……)
2) schrijf de inhoud:
schrijf wat je de juf wilt vertellen (dat staat hierboven bij opdracht!)
3)
– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, …….)

Veel succes! Wil je dat ik het nakijk, geef jouw briefje dan aan mij in de les.

schrijfopdracht – stuur een kaartje-1

Voor mijn leerlingen!

Hieronder staat een schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.
Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna het kaartje.

Opdracht:
Je bent op vakantie in Zweden en stuurt een kaartje naar je moeder en broers/zussen thuis.
1)
– schrijf de aanhef (dus: lieve ….. / beste …… / geachte mevrouw, geachte heer……)
2)
– schrijf wat je van jouw vakantie in Noorwegen vindt. Vertel iets over het weer. Vertel wat je gisteren en vandaag hebt gedaan. Vertel wat je morgen gaat doen.
3)
– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ……..)

Geef de gemaakte opdracht aan mij in de les, ik kijk het graag voor je na! Veel succes!

zinnen afmaken – dus, en, want

Voor mijn leerlingen!

We gaan een oefening maken met de voegwoorden: dus, want, en.

Lees dit eerst:

DUS:
Na het voegwoord “dus” staat het gevolg van de zin die voor het voegwoord “dus” staat.
– Het onderwerp (=wie) en de persoonsvorm (=het vervoegde werkwoord, wat doet “wie”) staan beide na elkaar, direct achter het voegwoord “dus”.
Voorbeeld:
Ik moet thuis nog veel dingen doen, dus ik ga nu snel naar huis.

WANT:
– Na het voegwoord “want” staat een reden.
– Stel jezelf de vraag bij het eerste deel van de zin: Waarom doet hij/zij/het dat?
– Het antwoord op die vraag kan je dan na het voegwoord “want” schrijven.
– Het onderwerp (=wie) en de persoonsvorm (=het vervoegde werkwoord, wat doet “wie”) staan beide na elkaar, direct achter het voegwoord “want”.
Voorbeeld:
Ik neem even een paracetamol, want ik heb vreselijke hoofdpijn.

EN:
– Het voegwoord “en” gebruik je bij een opsomming.
– Stel jezelf de vraag over het eerste deel van de zin: Wat doet hij/zij/het nog meer?
– Het antwoord kan je dan na het voegwoord “en” schrijven.
– Na “en” hoef je geen komma te zetten.
– Het onderwerp (=wie) en de persoonsvorm (=het vervoegde werkwoord, wat doet “wie”) staan beide na elkaar, direct achter het voegwoord “en”.
Voorbeeld:
Ik heb het druk. Ik moet naar de slager en ik moet naar de supermarkt en ik moet naar de kapper!

Maak nu de oefening hieronder.

1. Ik koop een cadeau voor mijn vrouw en ……………………………………..
2. Zij neemt een paracetamol in, want ………………………………………..
3. De gasten eten beschuit met muisjes, want ………………………………….
4. Zij kopen sinaasappels op de markt en ……………………………………..
5. Ik ga dit jaar niet op vakantie, dus ………………………………………
6. De koningin komt dit jaar niet naar onze stad, want …………………………
7. Buiten is het erg nat en …………………………………………………
8. Ik kan de jas met korting kopen en ………………………………………..
9. Ik kan niet slapen, dus ………………………………………………….
10. Ik ga na het inburgeringsexamen op vakantie, want ………………………….
11. Het feest is heel laat, dus ……………………………………………..
12. Wij willen niet naar bed, want …………………………………………..
13. Het restaurant is goed en ……………………………………………….
14. Mijn broertje slaapt boven en ……………………………………………
15. De rozen zijn rood en …………………………………………………..
16. Ik kom morgen later naar mijn werk, dus …………………………………..
17. Zij neemt haar dochter mee en ……………………………………………
18. Wij gaan niet op vakantie, want ………………………………………….
19. Haar collega’s gaan niet werken, want …………………………………….
20. Zij maakt de kamer schoon en …………………………………………….
21. De hond blaft, dus ……………………………………………………..
22. ’s Nachts is het donker en ………………………………………………
23. Hij slaapt de hele dag, want ………………………………………………….
24. De jongen is lief, dus ………………………………………………….
25. Zij leest en …………………………………………………………..
26. Wij drinken Coca-Cola en ………………………………………………..
27. Het regent en ………………………………………………………….
28. Ik word achttien jaar, dus ………………………………………………
29. Ik verf mijn haar, want …………………………………………………
30. Zij gaat douchen, want ………………………………………………….

Veel dank aan (c) Ellen Oostenbrink voor de oefening.

modale werkwoorden -3

Voor mijn leerlingen!

Ik geef jullie hier nog een paar handige zinnen met de modale werkwoorden kunnen, mogen, moeten, willen, en zullen erin.

De werkwoorden in de zinnen heb ik vet gemaakt. Let goed op de plaats van de werkwoorden in de zin.

Leer ze goed en herhaal ze vaak!
Je kunt deze zinnen ook heel goed gebruiken in een brief, een e-mail of een kaartje! Het zijn dus belangrijke zinnen!
De laatste zinnen kan je ook goed onderweg, in de stad of in de tram gebruiken.

Ik wil graag een afspraak maken.
Ik kan niet op de vrijdag komen.
Wanneer kunt u met mij praten?
Ik kan volgende week maandag en woensdag bij u komen.
Op welke dag en hoelaat kunt u met mij praten?
Ik wil graag een paar dingen vragen.
Mag ik u wat dingen vragen?
Kan
ik u een paar dingen vragen?
Mag
ik u volgende week/morgen/vrijdag bellen?
Kan
ik u donderdag bellen?
Mag
ik een afspraak met u maken?

Wilt u mij snel antwoorden?
Wilt u mij snel antwoord geven?
Kunt u mij morgen of overmorgen antwoorden?
Kunt u mij volgende week bellen?
Wilt u mij volgende week bellen?
Wilt u mij met dat probleem helpen?
Kunt u mij met de computer helpen?

Zullen we volgende week gaan winkelen?
Zullen we morgen samen iets gezelligs gaan doen?
Zullen
we donderdag iets leuks afspreken?
Zullen
we zaterdag naar de stad gaan?
Wil
jij morgen met mij naar de film/bioscoop/theater/stad?
Kan jij morgen bij mij langskomen?
Waar zullen we afspreken?

En nog een paar zinnen voor onderweg, in de stad:

Dag mevrouw, mag ik hier gaan zitten?
Sorry meneer, mag ik hier alstublieft zitten?
Oh mevrouw, wilt u hier misschien zitten?
Mevrouw, kan ik u misschien helpen?
Meneer, zal ik u even helpen?
Mevrouw, kunt u deze 5 euro misschien wisselen in munten?
Mag ik deze jurk ruilen, de kleur is fout?
Kan ik deze broek ruilen, hij is te klein?
Dag meneer, mag ik u iets vragen?
Dag mevrouw, kunt u mij zeggen, waar de tramhalte voor lijn 6 is?

Wil je nog meer zinnen leren of herhalen met modale werkwoorden, klik dan op deze link.