Hemelvaart

Voor mijn leerlingen!

Gisteren hadden de christelijke Nederlanders Hemelvaartsdag. Ik vond een mooi, kort maar duidelijk filmpje over de Hemelvaartsdag én Pinksteren. Vorig jaar schreef ik iets over Pinksteren, dat 10 dagen na Hemelvaart wordt gevierd. Het filmpje dat je nu hieronder ziet, is gemaakt door de EO-omroep. Dat is een omroep van en voor christenen in Nederland.

Opdracht:
Luister twee keer naar het filmpje. De eerste keer luister en kijk je alleen maar. De tweede keer probeer je dingen op te schrijven, zodat je later nog iets weet over het filmpje.
In de les kunnen we even praten over de Hemelvaartsdag.

Veel plezier en succes!

 

oefenexamen spreken vragen én antwoorden -2

Voor mijn leerlingen!

Op jullie verzoek geef ik hier de vragen van een oefenexamen van de DUO-site mét mogelijke antwoorden.

Het gaat om oefenexamen 3.

1)
Ik woon in het centrum van een grote stad. Waar woont u? Vertel ook hoe u dat vindt.
Ik woon in het centrum van een dorp. Ik vind dat gezellig en rustig.
2)
Met wie eet u meestal samen? Zeg ook waar u het liefst eet.
Ik eet meestal samen met mijn familie. Ik eet het liefst thuis.
3)
Waar heeft u Nederlandse les? Zeg ook hoelang u al les hebt.
Ik heb Nederlandse les in Den Haag. Ik heb al bijna drie jaar les.
4)
Ik heb een nieuwe trui gekocht. Wat hebt u kortgeleden gekocht? Vertel ook waar u dat hebt gekocht.
Ik heb kortgeleden een nieuwe broek (of jurk) gekocht bij de H&M in de stad. (oeps…. beetje sluikreclame ;))
5)
Wat vindt u beter in uw eigen land dan in Nederland? Vertel ook waarom.
Ik vind het weer in mijn eigen land beter, omdat het altijd mooi weer is.
6)
Welke stad zou u graag willen zien. Zeg ook wat u daar wilt doen.
Ik zou graag Parijs willen zien. Daar wil ik dan vrienden bezoeken.
7)
Ik heb op school leren lezen. Wat hebt u op school geleerd. Zeg ook wat u het leukst vond om te leren.
Ik heb op school ook leren lezen. Ik vond schrijven het leukst om te leren.
8)
Ik moet soms ’s nachts werken. Wanneer werkt u het liefst? Vertel ook waarom.
Ik werk het liefst overdag, omdat mijn vrienden ook overdag werken.
9)
Hoevaak leest u de krant? Vertel ook wat u van de krant vindt.
Ik lees elke dag de krant en vind de krant heel interessant.
10)
Wat kunt u goed? Vertel ook van wie u dat geleerd hebt.
Ik kan goed lezen. Dat heb ik van de docent geleerd.
11)
Wat voor eten maakt u het liefst? Vertel ook wat u daarvoor nodig hebt.
Ik maak het liefst pasta. Daarvoor heb ik water, pasta, groente en vlees nodig.
12)
Waarmee speelde u vroeger het liefst. Vertel ook waar.
Ik speelde vroeger het liefst bij mijn vriendin midden in het dorp.

Veel succes met oefenen!

 

oefenexamen spreken vragen én antwoorden

Voor mijn leerlingen!

Op jullie verzoek geef ik hier de vragen van een oefenexamen van de DUO-site mét mogelijke antwoorden.

Het gaat om oefenexamen 2.

1)
Veel nederlanders eten om 18.00u ’s avonds. Wat vindt u daarvan? Zeg ook wanneer u zelf meestal eet.
Ik vind het prima. Ikzelf eet meestal ook om 18.00 uur.
2)
Naar welke muziek luistert u graag? Zeg ook hoe vaak u daar naar luistert.
Ik luister graag naar popmuziek. Ik luister het bijna elke dag.
3)
Ik houd niet van katten. Welk dier vindt u niet leuk? Vertel ook waarom.
Ik houd niet van paarden want ze zijn groot en gevaarlijk.
4)
Ik heb geen rijbewijs. Hebt u een rijbewijs? Vertel ook hoe u dat vindt.
Ik heb ook geen rijbewijs. Ik vind dat jammer en lastig.
5)
Wat gaat u morgen doen? Vertel ook hoe laat u dat gaat doen.
Ik ga morgen naar school om 9.00 uur.
6)
Wat is de mooiste plaats waar u geweest bent? Vertel ook waarom u daar was.
Amsterdam is de mooiste plaats waar ik geweest ben. Ik was daar bij vrienden op bezoek.
7)
Ik werk graag samen met anderen. Hoe werkt u het liefst? Vertel ook waarom.
Ik werk ook graag samen met anderen, omdat ik dat gezellig vind.
8)
Ik ga graag naar het strand. Wat vindt u leuk aan het strand? Vertel ook wat u niet leuk vindt aan het strand.
Ik vind het strand leuk om te ontspannen. Ik vind het strand niet leuk als het koud is.
9)
Wat vindt u van het weer in Nederland? Vertel ook hoe het weer is in uw eigen land.
Het weer in NL vind ik koud en nat. Het weer in mijn eigen land is heet en zonnig.
10)
Ik wandel vaak naar mijn werk. Wat vindt u van wandelen? Vertel ook waarom.
Ik vind wandelen leuk omdat het gezond is.
11)
Wat was er deze week in het nieuws? Zeg ook wat u daarvan vindt. De verkiezingen waren in het nieuws. Ik vind dat interessant.
12)
Ik vind het belangrijk om gezond te eten. Wat vindt u gezond. Vertel ook wat u niet gezond vindt.
Ik vind het gezond om te sporten. Zoet en vet eten vind ik niet gezond.

Veel succes met het oefenen en het examen!!

schrijfopdracht – stuur een e-mail-1

Voor mijn leerlingen!

Hieronder staat een schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.
Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna de e-mail.

Opdracht:
Je hebt vrijdag as. een afspraak bij de gemeente. Je kunt niet komen en wilt de afspraak verzetten naar een andere dag. Schrijf een email aan de gemeente.

– schrijf het e-mailadres van de gemeente in de mail
– schrijf een “betreft” – regel in de mail

– schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste…… / geachte mevrouw, geachte heer…..)

schrijf dat je jouw afspraak op vrijdag as. wilt verzetten naar een andere dag, omdat je niet kunt komen. Vertel waarom je niet kunt komen. Vertel op welke dagen je wel naar een nieuwe afspraak kunt komen.

– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ………..)

Veel succes! Wil je dat ik het nakijk, geef jouw e-mail dan aan mij in de les.

schrijfopdracht – stuur een briefje-1

Voor mijn leerlingen!

Hieronder staat een schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.
Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna het briefje.

Opdracht:
Je dochtertje Badria heeft volgende week een uitje van school. De klas gaat ook samen eten bij de chinees.
Je wilt de juf van school vertellen dat Badria alleen maar vegetarisch of kip mag eten bij de chinees. Badria mag geen andere gerechten nemen, omdat daar varkensvlees in zit.
Schrijf een kort briefje aan de juf van Badria.
1)
– schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste….. / geachte mevrouw, geachte heer……)
2) schrijf de inhoud:
schrijf wat je de juf wilt vertellen (dat staat hierboven bij opdracht!)
3)
– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, …….)

Veel succes! Wil je dat ik het nakijk, geef jouw briefje dan aan mij in de les.

schrijfopdracht – stuur een kaartje-1

Voor mijn leerlingen!

Hieronder staat een schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.
Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna het kaartje.

Opdracht:
Je bent op vakantie in Zweden en stuurt een kaartje naar je moeder en broers/zussen thuis.
1)
– schrijf de aanhef (dus: lieve ….. / beste …… / geachte mevrouw, geachte heer……)
2)
– schrijf wat je van jouw vakantie in Noorwegen vindt. Vertel iets over het weer. Vertel wat je gisteren en vandaag hebt gedaan. Vertel wat je morgen gaat doen.
3)
– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ……..)

Geef de gemaakte opdracht aan mij in de les, ik kijk het graag voor je na! Veel succes!

praten in hele zinnen -2

(c) lezenmetkids.wordpress.comVoor mijn leerlingen!

Hieronder zie je een aantal vragen. Het zijn vragen waarop je in hele zinnen moet antwoorden. Het is een goede oefening voor het praten op je examen.

– Lees eerst de vragen een keer helemaal door;
– let goed op de vetgedrukte woorden;
– soms begint de zin met een werkwoord, je kunt dan antwoorden met ja of nee;
– soms begint de zin met een vraagwoord, je moet dan zelf woorden bedenken;
– begrijp je alle vragen? Wanneer niet, vraag mij erover!;
– als je de vragen begrijpt, probeer ze dan te beantwoorden;
– je hebt voor elk antwoord 15 seconden de tijd.

0) voorbeelden:
Eet u vaak pasta?
Ja, ik eet vaak pasta.
Nee, ik eet nooit pasta.

Welk gerecht eet je vaak?
Ik eet vaak pasta.

1)
Welk fruit eet u vaak?
2)
Houdt u van de sneeuw in de winter in Nederland?
3)
Kijkt u vaak naar de Nederlandse TV?
4)
Welk programma op de Nederlandse TV vindt u leuk?
5)
Welk programma op de Nederlandse TV vindt u interessant?
6)
Gebruikt u de computer veel?
7)
Wat voor eten vindt u het lekkerst?
8)
Wat doet u in het weekend, als u vrij bent?
9)
Waar koopt u uw boodschappen?
10)
Wanneer leert u uw huiswerk meestal?
11)
Kookt u vaak eten?
12)
Wat voor eten kookt u dan?
13)
Heeft u ook hobby’s?
14)
Welke hobby’s heeft u?
15)
Hoe gaat u naar het centrum van de stad?
16)
Gaat u het liefst op de fiets of met de tram?
17)
Wat vindt u niet leuk in Nederland?
18)
Welke dingen vindt u niet leuk in uw eigen land?
19)
Gaat u vaak op de fiets in Nederland?
20)
Kunt u auto rijden?

Vond je het moeilijk? Je kunt de vragen over een paar dagen nog weer eens opnieuw beantwoorden. Als je het vaak herhaalt, gaat het praten steeds makkelijker. Je kunt dan steeds sneller een mooie hele zin maken. We kunnen de zinnen in de les een keer samen doen.

Hier kan je nog meer leren praten in hele zinnen.

luisteren naar het jeugdjournaal -4

Voor mijn leerlingen!

We gaan weer naar een nieuw Jeugdjournaal luisteren. Het gaat om het journaal van vandaag, 6 september 2016, 08.45 uur.

(Let op! Deze video is misschien alleen in Nederland te zien. Als je in het buitenland bent, probeer dan rechts onder de video op de zwarte balk, op het “wieltje” te klikken voor “instellingen“. Je ziet daarna een pop-upscherm, switch de button op het scherm naar rechts. Hierna kan je de video bekijken.)

Kijk hier naar het Jeugdjournaal

Hier volgen de vragen bij de video.

1)
Hoe wordt het weer vandaag?
A) zonnig en wolken
B) zonnig en 22 – 26 graden
C) zonnig, wolken en warm

2)
Hoe heet de Wet voor asielkinderen die er voor zorgt dat de kinderen die al lange tijd in ons land zijn, hier mogen blijven?
A) Wet op de Asielkinderen
B) Asielwet
C) Kinderpardon

3)
Waar zijn de bosbranden?
A) In Spanje bij Benidorm
B) In Spanje aan de Costa del Sol
C) In Spanje in een natuurgebied bij Madrid

4)
Waar is de vrachtwagen met kippen omgevallen?
A) bij Eindhoven op de A2
B) op de snelweg bij Amsterdam
C) Maastricht

5)
Wie had er een optreden in het Ziggo Dome?
A) Koning Willem-Alexander
B) de Josti-band
C) Guus Meeuwes

6)
De Josti-band is een band voor verstandelijk gehandicapten die in Nederland en het buitenland optreden. Ze bestaan 50 jaar.
A) waar
B) niet waar

7)
Op hoeveel scholen staan er alleen maar Juffen voor de klas?
A) op 1100 scholen
B) op 1200 scholen
C) op 110 scholen

De antwoorden kan je onder het plaatje vinden.

luisteren1plaatje: (c) www.dialoogincompany.nl/de-kunst-van-het-luisteren/

1) B
2) C
3) A
4) A
5) B
6) A
7) A

luisteren naar het jeugdjournaal -3

Voor mijn leerlingen!

We gaan weer naar een nieuw Jeugdjournaal luisteren. Het gaat om het journaal van vandaag, 27 juni 2016, 08.45 uur.

(Let op! Deze video is misschien alleen in Nederland te zien. Als je in het buitenland bent, probeer dan rechts onder de video op de zwarte balk, op het “wieltje” te klikken voor “instellingen“. Je ziet daarna een pop-upscherm, switch de button op het scherm naar rechts. Hierna kan je de video bekijken.)

Kijk hier naar het Jeugdjournaal

Hier volgen de vragen bij de video.
1)
Hoeveel mensen raakten er gewond bij het ongeluk met de achtbaan in Schotland??
A) 8;
B) 2;
C) 10.

2)
Hoe noemen we het Belgisch voetbalelftal ook wel?
A) de Rode Duivels;
B) de Hongaren;
C) die Mannschaft.

3)
In welk land maakte het vliegtuig met de brandende vleugel een noodlanding?
A) Azië;
B) Singapore;
C) Kuala Lumpur.

4)
Van welk evenement gingen afgelopen zondag de motoren terug naar huis?
A) het Motoren- en Auto-evenement;
B) Racen;
C) TT-Assen.

5)
Wat kan je volgende week in het nieuws verwachten?
A) modderdag, Delft;
B) Delft, grootste springkussen van de wereld;
C) snelle trein, modderdag.

6)
Hoeveel mensen kunnen er tegelijk op het springkussen?
A) 40;
B) 200;
C) 20.

7)
Op welke leeftijd moeten de brandweermannen in de toekomst stoppen met werken?
A) 55;
B) 65;
C) 62.

De antwoorden kan je onder het plaatje vinden.

luisteren1plaatje: (c) www.dialoogincompany.nl/de-kunst-van-het-luisteren/

1) C
2) A
3) B
4) C
5) C
6) B
7) C

luisteren naar het jeugdjournaal -2

Voor mijn leerlingen!

We gaan luisteren naar het Jeugdjournaal (het journaal speciaal voor kinderen) van vandaag, 20 juni 2016, 18.45 uur.

(Let op! Deze video is misschien alleen in Nederland te zien. Als je in het buitenland bent, probeer dan rechts onder de video op de zwarte balk, op het “wieltje” te klikken voor “instellingen“. Je ziet daarna een pop-upscherm, switch de button op het scherm naar rechts. Hierna kan je de video bekijken.)

Kijk hier naar het Jeugdjournaal

Hier volgen de vragen bij de video.
1)
Hoeveel kinderen komen jaarlijks in het ziekenhuis terecht door het gebruik van de mobiel op de fiets??
A) 36 kinderen per jaar;
B) 2000 kinderen per jaar;
C) 400 kinderen per jaarg.

2)
Wat is het belangrijkst voor een leraar of lerares?
A) hij of zij moet goed kunnen rekenen en de taal goed kennen;
B) hij of zij moet goed met kinderen kunnen omgaan;
C) hij of zij moet de juiste opleiding hebben gedaan.

3)
Hoeveel dieren kwamen er uit het been van Freek Vonk?
A) 3 maden;
B) 2 maden;
C) we weten niet precies hoeveel.

4)
Welk percentage (%) van de ondervraagde mensen vond het overdreven, dat er een pindakaaswinkel is geopend?
A) 45%;
B) 55%;
C) 100%.

5)
Waar staan tegenwoordig overal piano’s?
A) garage, station, ziekenhuis;
B) straat, winkelcentrum, garage;
C) station, winkelcentrum, straat.

6)
Wie speelde er vorige week op een piano op het station?
A) onze minister-president;
B) onze koning;
C) een van onze ministers.

7)
Waarom zijn de missverkiezingen voor kinderen in België verboden?
A) missverkiezingen gaan over talent;
B) missverkiezingen zijn kinderarbeid;
C) missverkiezingen mogen geen leuk feestje zijn.

De antwoorden kan je onder het plaatje vinden.

luisteren1plaatje: (c) www.dialoogincompany.nl/de-kunst-van-het-luisteren/

1) C
2) B
3) A
4) B
5) A
6) A
7) B