KNM – thema Instanties -2

Voor mijn leerlingen!

Je moet voor het KNM-examen echt heel veel dingen over de Nederlandse maatschappij weten. Denk niet, dat het KNM-examen makkelijk is. Dat is het niet! Probeer daarom de teksten uit je boek en van de papieren goed te leren!

Dit leren gaat gemakkelijker als je heel veel vragen over de teksten kunt beantwoorden. Leer de vragen niet alleen maar uit je hoofd. Probeer ook goed te begrijpen wat je als antwoord op een vraag geeft. Zo kun je ook andere vragen in een KNM-examen goed beantwoorden, omdat je de teksten goed hebt geleerd.

Deze vragen hieronder gaan over het thema Instanties. Instanties zijn bijvoorbeeld de gemeente, de belastingdienst of de politie.

Dit keer gaan de vragen over de belastingdienst.

1a) Wie moeten er in Nederland belasting betalen?
Alle mensen moeten belasting betalen.

1b) Aan wie moet je in Nederland belasting betalen?
Aan de belastingdienst.

1c) Waarvoor wordt het belastinggeld gebruikt?
Nederland gebruikt het bijvoorbeeld voor het onderhoud van de snelwegen, voor de politie, of voor het betalen van uitkeringen.

1d) Wat zijn algemene voorzieningen?
Dat zijn dingen voor iedereen.

1e) Wat zijn dus voorbeelden van algemene voorzieningen?
Snelwegen, politie, uitkeringen. Dat zijn dingen voor iedereen.
Belastingen gebruiken we dus voor algemene voorzieningen.

1f) Moet iedereen in Nederland evenveel belasting betalen?
Nee, als je veel geld hebt of verdient, dan moet je veel belasting betalen.
Als je niet veel geld hebt of weinig verdient, dan hoef je niet veel belasting te betalen.

2a) Hoe moet je belasting betalen?
– soms gaat het vanzelf: bijvoorbeeld over je loon, jouw werkgever haalt elke maand de belasting van jouw brutoloon af.
– soms moet je belastingaangifte doen.

2b) Wat is belastingaangifte doen?
Belastingaangifte doen, is vertellen aan de belastingdienst hoeveel geld je had.

2c) Wanneer doe je belastingaangifte?
Je doet dit als het jaar voorbij is. Het moet over 2017 bijvoorbeeld voor 1 mei 2018 worden gedaan.

3a) Op welke manier, hoe, doe je belastingaangifte?
– met een formulier óf
– via de computer, via de site van de belastingdienst.

3b) Je moet vertellen aan de belastingdienst hoeveel geld je had. Wat moet je dan allemaal invullen?
– hoeveel geld je op de bank hebt;
– hoeveel geld je verdiend hebt;
– hoeveel geld je van iemand gekregen hebt.

4a) Soms krijg je ook geld terug van de belastingdienst. Wat kan je bijvoorbeeld terugkrijgen?
alimentatie, dat is geld dat je aan je ex-man of ex-vrouw hebt betaald;
reiskosten, dat is geld dat je moest betalen voor het reizen naar je werk;
geld dat je hebt gegeven aan een goed doel.

5) Hoe weet je nu of je geld moet betalen of geld terugkrijgt van de belastingdienst?
Een paar maanden na jouw ingevulde belastingaangifte krijg je een brief van de belastingdienst. Daarin staat hoeveel geld je terugkrijgt of hoeveel geld je moet betalen.

6a) Wat is een jaaropgave?
De jaaropgave is een belangrijk papier.
Er staat op hoeveel loon of uitkering je het afgelopen jaar hebt ontvangen.
Er staat ook op hoeveel belasting je al via je loon hebt betaald.

6b) Wat moet je doen met een jaaropgave?
Je moet de jaaropgave altijd bewaren, maximaal 5 jaren.
Je hebt de jaaropgave nodig bij het invullen van de belastingaangifte.
De bedragen op de jaaropgave moet je invullen op jouw belastingaangifte.

6c) Wat is het verschil tussen een jaaropgave en een loonstrookje?
Een loonstrookje krijg je elke maand, een jaaropgave krijg je maar één keer per jaar en moet je goed bewaren!

7a) Is belasting betalen verplicht?
Ja! Als je niet betaalt, kun je een boete krijgen!

7b) Wat moet je doen als je de belasting niet direct kunt betalen?
– Je moet vragen of je later mag betalen, dat heet uitstel.
– Je kunt vragen of je het geld in stukjes mag betalen, elke maand een beetje. Dat heet in termijnen betalen.
– Heel soms kun je kwijtschelding vragen. Kwijtschelding betekent dat je minder of geen belasting mag betalen.

7c) Wat moet je doen, als je het niet eens bent met het bedrag dat je aan de belasting moet betalen?
– Als je het echt niet eens bent met het bedrag dat je moet betalen, kan je bezwaar maken. Je moet dan wel een heel goede reden hebben!

7d) Wat is bezwaar maken precies?
Je schrijft dan een brief aan de belasting. Je zegt dan dat het bedrag te hoog is én je zegt ook waarom je dat vindt.

8a) Hoe weet je of je belastingaangifte moet doen?
Je krijgt hiervoor elk jaar een brief van de belasting.

8b) Wat staat er in deze brief?
– er staat in dat je aangifte moet doen.
– er staat ook in hoe je dat kunt doen: via de site van de belasting: http://www.belastingdienst.nl óf met een heel groot papieren formulier.

8c) Wat kan je doen, als je het te moeilijk vindt om alleen de aangifte te doen?
– je kunt de belastingdienst bellen en vragen of zij helpen.
– je kunt in jouw gemeente vragen of er vrijwilligers zijn die je hierbij kunnen helpen.

9a) Welke belangrijke papieren moet je altijd bewaren?
Bewijzen voor de belasting, waarmee je kunt laten zien hoeveel geld er was.

9b) Noem eens voorbeelden van zulke bewijzen?
jaaropgave;
– bankafschriften;
papieren over leningen en schulden;

9c) Waarom moet je deze bewijzen altijd bewaren?
Omdat de belasting soms controleert of jouw aangifte wel klopt, wel eerlijk is ingevuld.

9c) Hoe lang moet je al je papieren over geld en belasting bewaren?
Je moet al je papieren (=administratie) 5 jaar bewaren.


Binnenkort
komen er nog meer vragen met antwoorden over het thema “instanties”, het gaat dan over de Politie en de Identificatieplicht.
Veel succes alvast bij het leren voor KNM of Kennis Nederlandse Maatschappij.

Advertenties

KNM – thema Instanties -1

Voor mijn leerlingen!

Je moet voor het KNM-examen echt heel veel dingen over de Nederlandse maatschappij weten. Denk niet, dat het KNM-examen makkelijk is. Dat is het niet! Probeer daarom de teksten uit je boek en van de papieren goed te leren!

Dit leren gaat gemakkelijker als je heel veel vragen over de teksten kunt beantwoorden. Leer de vragen niet alleen maar uit je hoofd. Probeer ook goed te begrijpen wat je als antwoord op een vraag geeft. Zo kun je ook andere vragen in een KNM-examen goed beantwoorden, omdat je de teksten goed hebt geleerd.

Deze vragen hieronder gaan over het thema Instanties. Instanties zijn bijvoorbeeld de gemeente, de belastingdienst of de politie.

Dit keer gaan de vragen over de gemeente en in Nederland blijven.

1) Een instantie is bijvoorbeeld de gemeente. Wat is een gemeente, wat kan je erover vertellen?
Een gemeente is een klein stukje van een provincie. De gemeente Utrecht is bijvoorbeeld de stad Utrecht, samen met een paar dorpjes in de buurt.
Het bestuur van een gemeente noemen we ook gemeente.
Elke gemeente heeft een gemeentehuis.

2) Wanneer moet je naar het gemeentehuis?
Bij het regelen van officiële dingen:
– als er iets belangrijks verandert in je leven. Je geeft dan een verandering of wijziging door.
– als je een document (=een  belangrijk papier, bewijs) moet aanvragen of verlengen.
– als je een vergunning (= toestemming) moet aanvragen.

3) Welke belangrijke veranderingen of wijzigingen in je leven moet je melden bij de gemeente?
geboorte van een kind;
overlijden van een gezinslid;
– als je gaat trouwen;
– als je gaat verhuizen.

4a) Hoe heet de eigen administratie van de gemeente?
Vroeger de Gemeentelijke BasisAdministratie (GBA).
Sinds een paar jaar heet dit de BasisRegistratie Personen (BRP).
4b) Wat staat er bijvoorbeeld in de GBA of BRP?
Wie er in een gemeente woont.
Waar iemand woont en met wie hij woont.
Of iemand getrouwd is of samenwoont.

5) Wat is een document? En geef een paar voorbeelden van een document.
Een document is een belangrijk en officieel papier. Het is een bewijs.
Voorbeelden zijn:
een rijbewijs, dat je moet hebben om auto te rijden;
een paspoort, dat bewijst wie jij bent en dat je moet hebben om naar landen buiten Europa te reizen;
een ID-bewijs, dat bewijst ook wie je bent en je kunt er mee door Europa reizen.

6) Wat is een vergunning? En geef ook hier een paar voorbeelden.
Een vergunning is een toestemming. Het zegt dat je iets mag doen. Zonder zo’n vergunning mag je dat niet doen!
Voorbeelden zijn:
een bouwvergunning, hiermee mag je een huis of een grote schuur bouwen of je huis groter maken;
een sloopvergunning, hiermee mag je een oud huis of gebouw slopen (=kapot maken en weghalen)
een kapvergunning, hiermee mag je een grote boom in je tuin kappen (=omzagen, omhakken).

7a) Wat heb je als niet-Nederlander nodig als je in Nederland wilt blijven wonen?
Een verblijfsvergunning óf
een visum (hiermee mag je maximaal 3 maanden blijven).
7b) Waar kan je een verblijfsvergunning aanvragen en hoe doe je dit?
Bij de gemeente met een aanvraagformulier.
7c) Wat doet de gemeente met jouw aanvraagformulier?
De gemeente stuurt het formulier door naar de IND.
7d) Wat betekent IND?
Het is de Immigratie- en NaturalisatieDienst.
7e) Binnen hoeveel tijd moet de IND beslissen over jouw aanvraag voor een verblijfsvergunning?
Binnen 6 maanden.

8a) Wat is een MVV?
Een Machtiging Voorlopig verblijf.
8b) Wat kan je vertellen over een Machtiging Voorlopig Verblijf?
– Die heb je soms nodig voordat je naar Nederland komt.
– Je kunt deze aanvragen bij de Nederlandse ambassade of het consulaat in het land waar je woont.
– Wanneer je een MVV hebt, kun je wél naar Nederland komen, maar moet je ook nog een verblijfsvergunning aanvragen.

9) Wat moet je binnen 3 dagen doen, wanneer je in Nederland bent aangekomen?
– een verblijfsvergunning aanvragen op het gemeentehuis;
– je melden bij de politie om te zeggen dat je in Nederland bent.

10a) Wat moet je doen als je Nederlander wilt worden?
Je moet een aanvraag voor naturalisatie doen.
10b) Wat betekent naturalisatie?
Het betekent dat je Nederlander wordt.
10c) Waar vraag je naturalisatie aan?
Op het gemeentehuis.
10d) Wat doet de gemeente met jouw aanvraag voor naturalisatie?
De gemeente stuurt de aanvraag door naar de IND voor een beslissing.

Binnenkort komen er nog meer vragen met antwoorden over het thema “instanties”, het gaat dan over de Belastingdienst.
Veel succes alvast bij het leren voor KNM of Kennis Nederlandse Maatschappij.