schrijfopdracht -stuur een e-mail-4

Voor mijn leerlingen!

Op jullie verzoek: een nieuwe schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen!

Hoe was het ook al weer? Even herhalen:
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna de e-mail.

Opdracht:
Je moet jouw huurtoeslag voor het eerst aanvragen en je wilt het snel ontvangen, daarom doe je het via Vluchtelingenwerk in jouw gemeente. Schrijf een e-mail aan de heer Piet Janssen van Vluchtelingenwerk.

– schrijf (bedenk zelf) het e-mailadres van Vluchtelingenwerk in de mail;
– schrijf een “betreft” of “onderwerp”-regel in de mail.

1) Schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste…… / geachte mevrouw, geachte heer…..)

2) Schrijf de inhoud van de e-mail.
Vraag om een afspraak met de heer Janssen om samen de huurtoeslag versneld aan te kunnen vragen. Schrijf op welke dagen je wel en op welke dagen je beslist niet kunt. Vraag om een dag en tijdstip waarop de heer Janssen jou kan ontvangen.

3) Schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ………..)

Succes! Lever het gemaakte werk bij mij in en ik kijk het voor je na!

schrijfopdracht – stuur een e-mail-3

Voor mijn leerlingen!

Op jullie verzoek plaats ik hier een nieuwe schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.

Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna de e-mail.

Opdracht:
Je wilt beter Nederlands leren praten en nieuwe mensen leren kennen buiten school. Dat kan door een goedkope activiteit te gaan doen. Hiervoor kan je in Nederland het Welzijnswerk om informatie vragen. Het Welzijnswerk in jouw gemeente heet “SamenLeven”. Stuur een e-mail.

– schrijf (bedenk zelf) het e-mailadres van het Welzijnswerk in jouw gemeente in de mail;
– schrijf een “betreft”/ onderwerp-regel in de mail.

1) Schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste…… / geachte mevrouw, geachte heer…..)

2) Schrijf de inhoud van de e-mail.
Vraag welke goedkope activiteiten er in jouw gemeente worden aangeboden en waar en wanneer deze activiteiten plaatsvinden. Vraag hoeveel de activiteiten kosten en vertel waarom het niet duur mag zijn. 
Vraag ook of je zelf voor spullen moet zorgen.

3) Schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ………..)

Succes! Lever het gemaakte werk bij mij in en ik kijk het voor je na!

schrijfopdracht – stuur een e-mail-2

Voor mijn leerlingen!

Op jullie verzoek plaats ik hier nog weer een nieuwe schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.

Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna de e-mail.

Opdracht:
Je wilt leren zwemmen. Je kunt in jouw woonplaats leren zwemmen in Zwembad “De Kikkerpoel”Stuur een e-mail waarin je vraagt om informatie.

– schrijf (bedenk zelf) het e-mailadres van het zwembad in de mail;
– schrijf een “betreft”/ onderwerp-regel in de mail.

1) Schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste…… / geachte mevrouw, geachte heer…..)

2) Schrijf de inhoud van de e-mail, waarin je vraagt wanneer de zwemlessen voor diploma A zijn. Vraag ook hoeveel het kost,  of het zwemmen gemengd is, of er aparte uren voor vrouwen zijn en of vrouwen in een burkini mogen zwemmen.

3) Schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ………..)

Veel succes! Wil je dat ik het nakijk, geef jouw e-mail dan aan mij in de les.

KNM – thema opvoeding en onderwijs-2

Voor mijn leerlingen!

Je moet voor het KNM-examen echt heel veel dingen over de Nederlandse maatschappij weten. Denk niet, dat het KNM-examen makkelijk is. Dat is het niet! Probeer daarom de teksten uit je boek en van de papieren goed te leren!

Dit leren gaat gemakkelijker als je heel veel vragen over de teksten kunt beantwoorden. Leer de vragen niet alleen maar uit je hoofd. Probeer ook goed te begrijpen wat je als antwoord op een vraag geeft. Zo kun je ook andere vragen in een KNM-examen goed beantwoorden, omdat je de teksten goed hebt geleerd.

Deze vragen hieronder gaan over het thema Opvoeding en Onderwijs.

Tekst 3: het voortgezet onderwijs

1) Hoeveel soorten voortgezet onderwijs zijn er in Nederland?
4 soorten:
– het praktijkonderwijs;
– het vmbo;
– het havo;
– het vwo.

2) Hoe noemen we in Nederland het voortgezet onderwijs ook nog steeds?
De middelbare school.

3) Hoe oud zijn de kinderen als ze naar de middelbare school of het voortgezet onderwijs gaan?
De kinderen zijn dan 12 jaar.

4) Wat is een vmbo?
Het vmbo doet veel aan praktijk.
De kinderen werken veel met de handen.
Ze leren maar een klein beetje uit boeken.

4a) Hoe lang duurt het vmbo?
Het vmbo duurt 4 jaar.

5) Voor welke kinderen is het praktijkonderwijs?
Kinderen die leren en lezen echt niet leuk vinden.
Kinderen die leren uit boeken echt moeilijk vinden.
Via het praktijkonderwijs kan je heel snel aan het werk.

6) Wat kun je met een vmbo-opleiding?
Je kunt verder leren op het mbo. Hier leer je een echt vak, een beroep.

7) Vertel iets over het mbo.
– op het mbo leer je een beroep;
– bijvoorbeeld automonteur, kapper, timmerman; werken in een restaurant of werken met computers.

8) Wat is het havo?
– op het havo moet je veel boeken lezen;
– je leert veel theorie (dus niet veel praktijk);
– het havo duurt 5 jaar;
– na het havo kan je naar een hogere opleiding, het hbo.

8a) Wat betekent havo?
Hoger algemeen voortgezet onderwijs.

8b) Wat betekent hbo?
Hoger beroepsonderwijs.

8c) Noem eens voorbeelden van hbo-opleidingen?
– lerarenopleiding;
– verpleegkundige;
– bedrijfseconomie, commerciele economie;
– management, economie en recht.

9) Wat is het vwo?
– hier moet je ook veel boeken lezen en theorie leren;
– het vwo duurt 6 jaar;
– na het vwo kun je naar de universiteit.

9a) Wat betekent vwo?
Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs.

10) Voor welk beroep moet je bijvoorbeeld naar de universiteit?
Dokter, rechter, advocaat.

11) Hoe moet je als ouder de juiste middelbare school kiezen voor je kind?
De basisschool weet welke middelbare school goed bij je kind past.
In groep 8 (de laatste groep) geven zij een advies.
Ook is er een schoolkeuzegids.

12) Krijgen kinderen in Nederland seksuele voorlichting?
Ja, het is een verplicht vak.
Kinderen leren over het verschil tussen man en vrouw.

13)
Waarvoor zijn er speciale middelbare scholen?
– voor kinderen met een handicap;
– voor kinderen die heel moeilijk kunnen leren;
– voor kinderen die heel moeilijk opvoedbaar zijn.

13a)
Wat is moeilijk opvoedbaar?
Een kind kan moeilijk opvoedbaar zijn als het veel problemen heeft. Een kind kan bijvoorbeeld heel snel heel erg boos zijn, of veel ruzie maken, of veel dingen niet goed begrijpen.
Dit kan moeilijk zijn in het gezin. Een kind kan dan naar het speciaal onderwijs.

Binnenkort volgen er meer vragen en antwoorden over het thema Opvoeding en Onderwijs. We gaan het dan hebben over het vervolgonderwijs, dat is het onderwijs ná de middelbare school.

oefenexamen spreken vragen én antwoorden -2

Voor mijn leerlingen!

Op jullie verzoek geef ik hier de vragen van een oefenexamen van de DUO-site mét mogelijke antwoorden.

Het gaat om oefenexamen 3.

1)
Ik woon in het centrum van een grote stad. Waar woont u? Vertel ook hoe u dat vindt.
Ik woon in het centrum van een dorp. Ik vind dat gezellig en rustig.
2)
Met wie eet u meestal samen? Zeg ook waar u het liefst eet.
Ik eet meestal samen met mijn familie. Ik eet het liefst thuis.
3)
Waar heeft u Nederlandse les? Zeg ook hoelang u al les hebt.
Ik heb Nederlandse les in Den Haag. Ik heb al bijna drie jaar les.
4)
Ik heb een nieuwe trui gekocht. Wat hebt u kortgeleden gekocht? Vertel ook waar u dat hebt gekocht.
Ik heb kortgeleden een nieuwe broek (of jurk) gekocht bij de H&M in de stad. (oeps…. beetje sluikreclame ;))
5)
Wat vindt u beter in uw eigen land dan in Nederland? Vertel ook waarom.
Ik vind het weer in mijn eigen land beter, omdat het altijd mooi weer is.
6)
Welke stad zou u graag willen zien. Zeg ook wat u daar wilt doen.
Ik zou graag Parijs willen zien. Daar wil ik dan vrienden bezoeken.
7)
Ik heb op school leren lezen. Wat hebt u op school geleerd. Zeg ook wat u het leukst vond om te leren.
Ik heb op school ook leren lezen. Ik vond schrijven het leukst om te leren.
8)
Ik moet soms ’s nachts werken. Wanneer werkt u het liefst? Vertel ook waarom.
Ik werk het liefst overdag, omdat mijn vrienden ook overdag werken.
9)
Hoevaak leest u de krant? Vertel ook wat u van de krant vindt.
Ik lees elke dag de krant en vind de krant heel interessant.
10)
Wat kunt u goed? Vertel ook van wie u dat geleerd hebt.
Ik kan goed lezen. Dat heb ik van de docent geleerd.
11)
Wat voor eten maakt u het liefst? Vertel ook wat u daarvoor nodig hebt.
Ik maak het liefst pasta. Daarvoor heb ik water, pasta, groente en vlees nodig.
12)
Waarmee speelde u vroeger het liefst. Vertel ook waar.
Ik speelde vroeger het liefst bij mijn vriendin midden in het dorp.

Veel succes met oefenen!

 

oefenexamen spreken vragen én antwoorden

Voor mijn leerlingen!

Op jullie verzoek geef ik hier de vragen van een oefenexamen van de DUO-site mét mogelijke antwoorden.

Het gaat om oefenexamen 2.

1)
Veel nederlanders eten om 18.00u ’s avonds. Wat vindt u daarvan? Zeg ook wanneer u zelf meestal eet.
Ik vind het prima. Ikzelf eet meestal ook om 18.00 uur.
2)
Naar welke muziek luistert u graag? Zeg ook hoe vaak u daar naar luistert.
Ik luister graag naar popmuziek. Ik luister het bijna elke dag.
3)
Ik houd niet van katten. Welk dier vindt u niet leuk? Vertel ook waarom.
Ik houd niet van paarden want ze zijn groot en gevaarlijk.
4)
Ik heb geen rijbewijs. Hebt u een rijbewijs? Vertel ook hoe u dat vindt.
Ik heb ook geen rijbewijs. Ik vind dat jammer en lastig.
5)
Wat gaat u morgen doen? Vertel ook hoe laat u dat gaat doen.
Ik ga morgen naar school om 9.00 uur.
6)
Wat is de mooiste plaats waar u geweest bent? Vertel ook waarom u daar was.
Amsterdam is de mooiste plaats waar ik geweest ben. Ik was daar bij vrienden op bezoek.
7)
Ik werk graag samen met anderen. Hoe werkt u het liefst? Vertel ook waarom.
Ik werk ook graag samen met anderen, omdat ik dat gezellig vind.
8)
Ik ga graag naar het strand. Wat vindt u leuk aan het strand? Vertel ook wat u niet leuk vindt aan het strand.
Ik vind het strand leuk om te ontspannen. Ik vind het strand niet leuk als het koud is.
9)
Wat vindt u van het weer in Nederland? Vertel ook hoe het weer is in uw eigen land.
Het weer in NL vind ik koud en nat. Het weer in mijn eigen land is heet en zonnig.
10)
Ik wandel vaak naar mijn werk. Wat vindt u van wandelen? Vertel ook waarom.
Ik vind wandelen leuk omdat het gezond is.
11)
Wat was er deze week in het nieuws? Zeg ook wat u daarvan vindt. De verkiezingen waren in het nieuws. Ik vind dat interessant.
12)
Ik vind het belangrijk om gezond te eten. Wat vindt u gezond. Vertel ook wat u niet gezond vindt.
Ik vind het gezond om te sporten. Zoet en vet eten vind ik niet gezond.

Veel succes met het oefenen en het examen!!

schrijfopdracht – stuur een e-mail-1

Voor mijn leerlingen!

Hieronder staat een schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.
Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna de e-mail.

Opdracht:
Je hebt vrijdag as. een afspraak bij de gemeente. Je kunt niet komen en wilt de afspraak verzetten naar een andere dag. Schrijf een email aan de gemeente.

– schrijf het e-mailadres van de gemeente in de mail
– schrijf een “betreft” – regel in de mail

– schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste…… / geachte mevrouw, geachte heer…..)

schrijf dat je jouw afspraak op vrijdag as. wilt verzetten naar een andere dag, omdat je niet kunt komen. Vertel waarom je niet kunt komen. Vertel op welke dagen je wel naar een nieuwe afspraak kunt komen.

– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ………..)

Veel succes! Wil je dat ik het nakijk, geef jouw e-mail dan aan mij in de les.

schrijfopdracht – stuur een briefje-1

Voor mijn leerlingen!

Hieronder staat een schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.
Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna het briefje.

Opdracht:
Je dochtertje Badria heeft volgende week een uitje van school. De klas gaat ook samen eten bij de chinees.
Je wilt de juf van school vertellen dat Badria alleen maar vegetarisch of kip mag eten bij de chinees. Badria mag geen andere gerechten nemen, omdat daar varkensvlees in zit.
Schrijf een kort briefje aan de juf van Badria.
1)
– schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste….. / geachte mevrouw, geachte heer……)
2) schrijf de inhoud:
schrijf wat je de juf wilt vertellen (dat staat hierboven bij opdracht!)
3)
– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, …….)

Veel succes! Wil je dat ik het nakijk, geef jouw briefje dan aan mij in de les.

schrijfopdracht – stuur een kaartje-1

Voor mijn leerlingen!

Hieronder staat een schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.
Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna het kaartje.

Opdracht:
Je bent op vakantie in Zweden en stuurt een kaartje naar je moeder en broers/zussen thuis.
1)
– schrijf de aanhef (dus: lieve ….. / beste …… / geachte mevrouw, geachte heer……)
2)
– schrijf wat je van jouw vakantie in Noorwegen vindt. Vertel iets over het weer. Vertel wat je gisteren en vandaag hebt gedaan. Vertel wat je morgen gaat doen.
3)
– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ……..)

Geef de gemaakte opdracht aan mij in de les, ik kijk het graag voor je na! Veel succes!

KNM – thema Opvoeding en Onderwijs

Voor mijn leerlingen!

Je moet voor het KNM-examen echt heel veel dingen over de Nederlandse maatschappij weten. Denk niet, dat het KNM-examen makkelijk is. Dat is het niet! Probeer daarom de teksten uit je boek en van de papieren goed te leren!

Dit leren gaat gemakkelijker als je heel veel vragen over de teksten kunt beantwoorden. Leer de vragen niet alleen maar uit je hoofd. Probeer ook goed te begrijpen wat je als antwoord op een vraag geeft. Zo kun je ook andere vragen in een KNM-examen goed beantwoorden, omdat je de teksten goed hebt geleerd.

Deze vragen hieronder gaan over het thema Opvoeding en Onderwijs.

Tekst 1: de kinderopvang.

1) Noem 3 soorten kinderopvang.
– kinderdagverblijf;
– de voorschool;
– de peuterzaal.

2) Wat is een kinderdagverblijf?
Een kinderopvang voor kinderen van 0 – 4 jaar.
Andere naam hiervoor is een crèche.
De volwassenen die op de kinderen passen hebben een diploma.

3) Wat is een voorschool?
Een kinderopvang voor kinderen van 2 – 5 jaar.
Er is extra aandacht voor de Nederlandse taal.

3a) Welke kinderen gaan naar een voorschool?
Buitenlandse kinderen, bijvoorbeeld kinderen van vluchtelingen of kinderen met een migratie-achtergrond.

4) Wat is een peuterspeelzaal?
Een kinderopvang voor kinderen vanaf 2 jaar.
Kinderen gaan hier meestal maar 2 ochtenden naar toe.

5) Wat moet je doen als je kind naar de kinderopvang moet?
Je moet een kinderopvang voor je kind zoeken en het daar inschrijven.

5a) Hoe zoek je een goede kinderopvang?
Op internet, bijvoorbeeld op www.goudengids.nl of op www.detelefoongids.nl, zoek daar bij bedrijven.

5b) Hoe schrijf jij je kind in bij de kinderopvang?
Met een formulier.
Je moet je kind op tijd inschrijven, er zijn vaak wachtlijsten.

6) Wie betaalt de kinderopvang?
Ouders betalen een deel en de belastingdienst betaalt een deel.
Dit heet de kinderopvangtoeslag.

6a) Waar kun je de kinderopvangtoeslag aanvragen?
Via het internet, op de site www.toeslagen.nl.

6b) Waar kun je informatie over de kindervang vinden?
Op het internet: www.kinderopvang.net.

Tekst 2: de basisschool

7) Hoe oud zijn de kinderen die naar de basisschool gaan?
De kinderen zijn 4 – 12 jaar.

7a) Vanaf hoe oud moet een kind naar de basisschool? Vanaf hoe oud is het verplicht?
De basisschool is verplicht voor een kind vanaf 5 jaar.

8) Wat leren de kinderen op de basisschool allemaal?
lezen, schrijven, rekenen, aardrijkskunde, geschiedenis, gymnastiek.

9) Hoeveel groepen heeft een basisschool?
8 groepen: groep 1 en 2 is voor spelen, vanaf groep 3 moeten de kinderen dingen leren.

10) Wie betaalt de basisschool?
De overheid (de staat) betaalt veel.
De ouders moeten zelf ook een klein deel betalen.

10a) Hoe heet het geld dat de ouders aan de basisschool moeten betalen?
De ouderbijdrage.

10b) Waarvoor is de ouderbijdrage?
Voor leuke activiteiten, bijvoorbeeld een schoolreisje, een feest of een kamp.

10c) Is de ouderbijdrage verplicht?
Nee. Het is een vrijwillige bijdrage maar wel erg belangrijk.

11) Wanneer kan je je kind inschrijven voor de basisschool?
Als je kind 2 jaar is.
Het is belangrijk om het snel te doen, er is vaak een wachtlijst.

12) Wat is speciaal onderwijs?
Dit zijn scholen voor gehandicapte kinderen, kinderen met een leerprobleem of met een bedragsprobleem.

13) Wat is bijzonder onderwijs?
Dit zijn scholen die niet door de gemeente worden bestuurd. Bijvoorbeeld christelijk, katholiek, islamitisch of joods onderwijs.

14) Wat is openbaar onderwijs?
Dit zijn scholen die door de overheid, meestal de gemeente, worden bestuurd. Er wordt geen speciale aandacht aan een geloof gegeven.

15) Wat is buitenschoolseopvang?
De BSO. Kinderen kunnen hier na 15.00 uur naar toe, als de ouders allebei werken. Je kunt er ook een toeslag voor krijgen.

Binnenkort volgen er meer vragen en antwoorden over het thema Opvoeding en Onderwijs. We gaan het dan hebben over het voortgezet onderwijs (= de middelbare school).