meervouden – 3

Voor mijn leerlingen!

Vandaag gaan we een oefening maken, waarbij je het meervoud van een zelfstandig naamwoord gaan invullen.
Hoe je ook al weer een meervoud in het Nederlands maakt, en wat een zelfstandig naamwoord ook al weer precies is, dat kan je hier lezen.

Je hebt nu geleerd, dat het Nederlands een heleboel regels heeft waarmee je een goed meervoud kunt maken. We gaan hieronder oefenen met de volgende regels:

Regel 1a: bij een -s op het eind van een woord eindigt het meervoud op –zen;

Regel 1b: bij een -f op het eind van een woord eindigt het meervoud op –ven;

Regel 2: achter een zelfstandig naamwoord van meer dan 1 lettergreep dat eindigt op -e, -el, -en, -er, -em, of -ie,
zet je: -s:

Regel 4: achter een zelfstandig naamwoord dat eindigt op –a, -i, -o, -u of -y,
zet je: -‘s:

Regel 6: bij een open lettergreep
Hier is er bij enkelvoud een lange klank te horen, zoals de naam van de alfabetletter is: aa, ee, oo, uu. Er staan dan ook twee klinkers. Bij het meervoud staat er nog maar één klinker aan het eind van de lettergreep:
(Ik leg je in de les precies uit wat een open lettergreep is.)

Regel 7: bij een gesloten lettergreep
Hier is er bij enkelvoud een korte klank te horen: à, è, ò, ù, i, en het woord eindigt op een medeklinker. Bij het meervoud komt er dan een verdubbeling van de medeklinker.
(Ik leg je in de les precies uit wat een gesloten lettergreep is.)

Er zijn nog meer regels in de Nederlandse taal voor het maken van een meervoud. Deze regels 3, 5, 8, 9 en 10 oefenen we een volgende keer!
Zet nu hieronder het meervoud achter elk zelfstandig naamwoord. Veel succes!

de laars – __________________________________________________

de wafel – _________________________________________________

de paraplu – _______________________________________________

de klas – ___________________________________________________

het raam – _________________________________________________

de brief – __________________________________________________

het huis – __________________________________________________

de foto- ___________________________________________________

de slaapkamer – ___________________________________________

de sokken – ________________________________________________

de muur – __________________________________________________

de neus – __________________________________________________

het bed – __________________________________________________

de neef – __________________________________________________

de keuken – _______________________________________________

de vraag – _________________________________________________

de vriendin – ______________________________________________

de pen – ___________________________________________________

de radio – _________________________________________________

de moeder – ______________________________________________

de spiegel – _______________________________________________

de leraar – _________________________________________________

 

Advertenties

KNM – thema Instanties -2

Voor mijn leerlingen!

Je moet voor het KNM-examen echt heel veel dingen over de Nederlandse maatschappij weten. Denk niet, dat het KNM-examen makkelijk is. Dat is het niet! Probeer daarom de teksten uit je boek en van de papieren goed te leren!

Dit leren gaat gemakkelijker als je heel veel vragen over de teksten kunt beantwoorden. Leer de vragen niet alleen maar uit je hoofd. Probeer ook goed te begrijpen wat je als antwoord op een vraag geeft. Zo kun je ook andere vragen in een KNM-examen goed beantwoorden, omdat je de teksten goed hebt geleerd.

Deze vragen hieronder gaan over het thema Instanties. Instanties zijn bijvoorbeeld de gemeente, de belastingdienst of de politie.

Dit keer gaan de vragen over de belastingdienst.

1a) Wie moeten er in Nederland belasting betalen?
Alle mensen moeten belasting betalen.

1b) Aan wie moet je in Nederland belasting betalen?
Aan de belastingdienst.

1c) Waarvoor wordt het belastinggeld gebruikt?
Nederland gebruikt het bijvoorbeeld voor het onderhoud van de snelwegen, voor de politie, of voor het betalen van uitkeringen.

1d) Wat zijn algemene voorzieningen?
Dat zijn dingen voor iedereen.

1e) Wat zijn dus voorbeelden van algemene voorzieningen?
Snelwegen, politie, uitkeringen. Dat zijn dingen voor iedereen.
Belastingen gebruiken we dus voor algemene voorzieningen.

1f) Moet iedereen in Nederland evenveel belasting betalen?
Nee, als je veel geld hebt of verdient, dan moet je veel belasting betalen.
Als je niet veel geld hebt of weinig verdient, dan hoef je niet veel belasting te betalen.

2a) Hoe moet je belasting betalen?
– soms gaat het vanzelf: bijvoorbeeld over je loon, jouw werkgever haalt elke maand de belasting van jouw brutoloon af.
– soms moet je belastingaangifte doen.

2b) Wat is belastingaangifte doen?
Belastingaangifte doen, is vertellen aan de belastingdienst hoeveel geld je had.

2c) Wanneer doe je belastingaangifte?
Je doet dit als het jaar voorbij is. Het moet over 2017 bijvoorbeeld voor 1 mei 2018 worden gedaan.

3a) Op welke manier, hoe, doe je belastingaangifte?
– met een formulier óf
– via de computer, via de site van de belastingdienst.

3b) Je moet vertellen aan de belastingdienst hoeveel geld je had. Wat moet je dan allemaal invullen?
– hoeveel geld je op de bank hebt;
– hoeveel geld je verdiend hebt;
– hoeveel geld je van iemand gekregen hebt.

4a) Soms krijg je ook geld terug van de belastingdienst. Wat kan je bijvoorbeeld terugkrijgen?
alimentatie, dat is geld dat je aan je ex-man of ex-vrouw hebt betaald;
reiskosten, dat is geld dat je moest betalen voor het reizen naar je werk;
geld dat je hebt gegeven aan een goed doel.

5) Hoe weet je nu of je geld moet betalen of geld terugkrijgt van de belastingdienst?
Een paar maanden na jouw ingevulde belastingaangifte krijg je een brief van de belastingdienst. Daarin staat hoeveel geld je terugkrijgt of hoeveel geld je moet betalen.

6a) Wat is een jaaropgave?
De jaaropgave is een belangrijk papier.
Er staat op hoeveel loon of uitkering je het afgelopen jaar hebt ontvangen.
Er staat ook op hoeveel belasting je al via je loon hebt betaald.

6b) Wat moet je doen met een jaaropgave?
Je moet de jaaropgave altijd bewaren, maximaal 5 jaren.
Je hebt de jaaropgave nodig bij het invullen van de belastingaangifte.
De bedragen op de jaaropgave moet je invullen op jouw belastingaangifte.

6c) Wat is het verschil tussen een jaaropgave en een loonstrookje?
Een loonstrookje krijg je elke maand, een jaaropgave krijg je maar één keer per jaar en moet je goed bewaren!

7a) Is belasting betalen verplicht?
Ja! Als je niet betaalt, kun je een boete krijgen!

7b) Wat moet je doen als je de belasting niet direct kunt betalen?
– Je moet vragen of je later mag betalen, dat heet uitstel.
– Je kunt vragen of je het geld in stukjes mag betalen, elke maand een beetje. Dat heet in termijnen betalen.
– Heel soms kun je kwijtschelding vragen. Kwijtschelding betekent dat je minder of geen belasting mag betalen.

7c) Wat moet je doen, als je het niet eens bent met het bedrag dat je aan de belasting moet betalen?
– Als je het echt niet eens bent met het bedrag dat je moet betalen, kan je bezwaar maken. Je moet dan wel een heel goede reden hebben!

7d) Wat is bezwaar maken precies?
Je schrijft dan een brief aan de belasting. Je zegt dan dat het bedrag te hoog is én je zegt ook waarom je dat vindt.

8a) Hoe weet je of je belastingaangifte moet doen?
Je krijgt hiervoor elk jaar een brief van de belasting.

8b) Wat staat er in deze brief?
– er staat in dat je aangifte moet doen.
– er staat ook in hoe je dat kunt doen: via de site van de belasting: http://www.belastingdienst.nl óf met een heel groot papieren formulier.

8c) Wat kan je doen, als je het te moeilijk vindt om alleen de aangifte te doen?
– je kunt de belastingdienst bellen en vragen of zij helpen.
– je kunt in jouw gemeente vragen of er vrijwilligers zijn die je hierbij kunnen helpen.

9a) Welke belangrijke papieren moet je altijd bewaren?
Bewijzen voor de belasting, waarmee je kunt laten zien hoeveel geld er was.

9b) Noem eens voorbeelden van zulke bewijzen?
jaaropgave;
– bankafschriften;
papieren over leningen en schulden;

9c) Waarom moet je deze bewijzen altijd bewaren?
Omdat de belasting soms controleert of jouw aangifte wel klopt, wel eerlijk is ingevuld.

9c) Hoe lang moet je al je papieren over geld en belasting bewaren?
Je moet al je papieren (=administratie) 5 jaar bewaren.


Binnenkort
komen er nog meer vragen met antwoorden over het thema “instanties”, het gaat dan over de Politie en de Identificatieplicht.
Veel succes alvast bij het leren voor KNM of Kennis Nederlandse Maatschappij.

schrijfopdracht – stuur een briefje-2

Voor mijn leerlingen!

Hier komt nog een nieuwe schrijfopdracht!

Hoe was het ook al weer? Even herhalen:
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!
Ook hier kan je veel zinnen vinden, die je goed kunt gebruiken bij het schrijven van een briefje!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna het briefje.

Opdracht:
Jouw zoon Firash moet voor controle van zijn rug naar de specialist in het ziekenhuis. Hij heeft daarvoor een afspraak op de woensdag staan.
Firash heeft woensdag de hele dag les op school, daarom moet je voor jouw zoon vrij vragen bij de docent of de rector van de school.  Dat moet met een kort briefje. Schrijf in het briefje waarom jouw zoon Firash vrij wil hebben.

1)
– schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste….. / geachte mevrouw, geachte heer……)
2)
schrijf de inhoud:
– zie hierboven bij opdracht.
3)
– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, …….)

Veel succes! Wil je dat ik het nakijk, geef jouw briefje dan aan mij in de les.

schrijfopdracht -stuur een e-mail-5

Voor mijn leerlingen!

Op jullie verzoek: een nieuwe schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen!

Hoe was het ook al weer? Even herhalen:
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!
Ook hier kan je veel zinnen vinden, die je goed kunt gebruiken bij het schrijven van een e-mail!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna de e-mail.

Opdracht:
Je wilt naturalisatie aanvragen. Dat moet bij de gemeente. Voor een aanvraag moet je veel documenten meesturen, daarom wil je graag hiervoor een afspraak maken bij de gemeente.

– schrijf (bedenk zelf) het e-mailadres van de gemeente in de mail;
– schrijf een “betreft” of “onderwerp”-regel in de mail.

1) Schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste…… / geachte mevrouw, geachte heer…..)

2) Schrijf de inhoud van de e-mail.
Schrijf aan de gemeente wat je wilt (zie hierboven).
Vraag om een afspraak met de gemeente, omdat jij je naturalisatie wilt aanvragen.
Schrijf op welke dagen jij beschikbaar bent voor een afspraak.
Vraag ook welke papieren / documenten je allemaal mee moet nemen, zodat de heer of mevrouw van de gemeente de aanvraag samen met jou compleet (=helemaal klaar) kan maken.

3) Schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ………..)

Succes! Lever het gemaakte werk bij mij in en ik kijk het voor je na!

iets vertellen over uzelf – ramadan mubarak/رمضان مبارك

Voor mijn leerlingen!

Zoals je weet, verandert vanaf mei 2018 het examen schrijven. Je moet dan ook “iets vertellen over uzelf”, zoals DUO het noemt. Omdat het nu ramadan is en veel leerlingen dat vieren, gaan we iets vertellen over deze maand. Als je geen ramadan houdt, mag je iets vertellen over je verjaardag.

OPDRACHT
Vertel iets over ramadan. Schrijf minimaal vier hele zinnen. Denk aan:
– Hoelang duurt het feest en wanneer begint het?
– Waarom vier je het?
– Wat doe je allemaal tijdens ramadan? En moet iedereen meedoen?

Probeer nu eerst de oefening te maken. Schrijf een stukje tekst. Kijk daarna pas onder het plaatje!
Onder het plaatje staat een mogelijk antwoord. Maar er zijn natuurlijk nog veel meer antwoorden goed. Als je de oefening gemaakt hebt, kijk ik deze graag voor je na!
Veel succes en ramadan mubarak!

ramadan_2018 (c)uilentaal, lekkers ter gelegenheid van Ramadan, gekregen van een van mijn leerlingen :-))

(c) uilentaal, lekkers ter gelegenheid van ramadan, gekregen van een van mijn leerlingen :-))

Goede teksten kunnen zijn:
1) Ramadan
De ramadan duurt een maand. Het begint elk jaar op een andere dag, dat komt door de maan.
Ik vier het, omdat het de vastenmaand is in islam. Die is heel belangrijk.
Overdag mag je niet eten en drinken. Als de zon onder is, eten we lekkere hapjes.
Je hoeft niet te vasten, als je ziek of zwanger bent.
2) Verjaardag
Ik ben elk jaar in januari jarig.
Ik vier mijn verjaardag, omdat ik het gezellig vind.
Ik krijg familie en vrienden op bezoek.
Wij praten samen en eten en drinken lekkere dingen.

iets vertellen over uzelf – de hobby

Voor mijn leerlingen!

Het examen schrijven verandert vanaf mei 2018 een beetje! Je moet dan ook een keer “iets vertellen over uzelf” zoals DUO het noemt op de site.
Daarom gaan we daarmee gelijk maar oefenen! :))

OPDRACHT
Vertel iets over uw hobby. Schrijf minimaal vier hele zinnen. Denk aan:
– Hoe lang ben ik al bezig met mijn hobby?
– Waarom vind ik mijn hobby zo leuk?
– Hoeveel tijd besteed ik aan mijn hobby in de week?

Probeer nu eerst de oefening te maken. Schrijf een stukje tekst over jouw hobby. Kijk daarna pas onder het plaatje!
Onder het plaatje staat een mogelijk antwoord. Maar er zijn natuurlijk nog veel meer antwoorden goed. Als je de oefening gemaakt hebt, kijk ik deze graag voor je na!
Veel succes!

Een goede tekst kan zijn:
1 (vrouw)
Mijn hobby is decoreren. Ik heb mijn hobby al sinds mijn jeugd.
Ik vind het leuk om mijn huis mooi te maken, omdat ik van mooie spullen (=dingen) houd.
Elke week ben ik wel een paar uur bezig met mijn hobby.
Ik verander de inrichting van mijn woonkamer dan een beetje.

2 (man)
Mijn hobby is voetballen. Ik heb mijn hobby al sinds mijn jeugd.
Ik vind voetballen leuk, omdat het gezond en gezellig is.
Elke week voetbal ik wel drie avonden.
Ik spreek dan ook mijn vrienden en wij hebben plezier.

praten in hele zinnen -3

(c) lezenmetkids.wordpress.comVoor mijn leerlingen!

Hieronder zie je een aantal vragen mèt het begin van de antwoorden. Je kunt de zinnen dan alleen oefenen! Het is een goede oefening voor het praten op je examen. Je hebt voor elk antwoord 15 seconden de tijd.

Een beetje GRAMMATICA:
Een normale zin begint in het Nederlands altijd met het onderwerp (bijvoorbeeld: ik, de school, de tandarts….). Daarna komt de persoonsvorm van het werkwoord. (bijvoorbeeld eet,  houd, kook, kijk ……).
Bijvoorbeeld: Ik eet vaak pasta.
In een vraagzin draaien wij dit om. Dat heet inversie of omdraaiing.
Bij een inversie of omdraaiing zie je dus eerst de persoonsvorm van het werkwoord en daarna pas het onderwerp.
Bijvoorbeeld: Eet u vaak pasta?
Soms begint de vraagzin hieronder met de persoonsvorm van het werkwoord. Je maakt dan een antwoord met “ja” of “nee” en daarachter een normale zin (voorbeeld A).
Soms begint de vraagzin met een vraagwoord. Een vraagwoord is bijvoorbeeld welk, wat, hoe, wanneer, waarom. Je maakt dan direct een antwoord met een normale zin (voorbeeld B).

A) voorbeelden:
Eet u vaak pasta?
Ja, ik eet vaak pasta.
Nee, ik eet nooit pasta.
B)
Welk gerecht eet u vaak?
Ik eet vaak pasta.

Hier zijn de vragen:

1)
Wat voor
groente eet u vaak? (wat voor = welk/e)
Ik eet
vaak ……..
2)
Hoe vaak eet u deze groente?
Ik eet deze groente………
3)
Houdt u van koken?
Ja, ik houd ……..
Nee, ik houd niet……
4)
Wat kookt u dan het liefst?
Ik kook ………
5)
Naar welke TV-zender kijkt u vaak?
Ik kijk
vaak ………….. (zender= BBC / NPO 1 / Al Jazeera / RTL4, ………)
6)
Welk programma op deze zender vindt u leuk of interessant?
Ik vind …………… (programma= het nieuws, de detectivefilm, het jeugdjournaal, VT-wonen) leuk.
7)
Gaat u naar school?
Ja, ik ga……..
Nee, ik ga…….
8)
Welke dagen gaat u naar school?
Ik ga
op…….
9)
Hoe laat begint de school?
De school begint om ………
10)
En hoe laat is de school afgelopen?
De school is ……………………………… afgelopen.
11)
Bent u ook druk in de week?
Ja, ik ben………………
Nee, ik ben niet ………………
12)
Wat doet u dan allemaal?
Ik ga ………………………..
Ik haal .………………………..
Ik moet naar ……………………
13)
Heeft u veel huiswerk van school?
Ja, ik heb ……………………..
Nee, ik heb niet ………………….
14)
Welk huiswerk vindt u het moeilijkst?
Ik vind ……………………………………………… het moeilijkst.
15)
Wilt u een afspraak maken?
Ja, ik wil ……………………………………. maken.
16)
Wanneer wilt u dan een afspraak hebben?
Ik wil
………………………………..
17)
Hoe vaak gaat u naar de tandarts?
Ik ga ……………………………………. naar de tandarts.
18)
En wat doet de tandarts dan?
De tandarts kijkt ………………………………
De tandarts boort ………………………………
De tandarts vult …………………………………
19)
Gaat u wel eens naar de dokter?
Ja, ik ga ………………………………….. dokter.
Nee, ik ga nooit ………………………………… dokter.
20)
Waarom gaat u dan naar de dokter?
Ik ga naar de dokter, omdat …………………………

Vond je het moeilijk? Je kunt de vragen over een paar dagen nog weer eens herhalen. Als je het vaak herhaalt, gaat het praten steeds makkelijker. Je kunt dan steeds sneller een mooie hele zin maken.
We kunnen de zinnen in de les samen oefenen, als je dat wilt.

KNM – thema Instanties -1

Voor mijn leerlingen!

Je moet voor het KNM-examen echt heel veel dingen over de Nederlandse maatschappij weten. Denk niet, dat het KNM-examen makkelijk is. Dat is het niet! Probeer daarom de teksten uit je boek en van de papieren goed te leren!

Dit leren gaat gemakkelijker als je heel veel vragen over de teksten kunt beantwoorden. Leer de vragen niet alleen maar uit je hoofd. Probeer ook goed te begrijpen wat je als antwoord op een vraag geeft. Zo kun je ook andere vragen in een KNM-examen goed beantwoorden, omdat je de teksten goed hebt geleerd.

Deze vragen hieronder gaan over het thema Instanties. Instanties zijn bijvoorbeeld de gemeente, de belastingdienst of de politie.

Dit keer gaan de vragen over de gemeente en in Nederland blijven.

1) Een instantie is bijvoorbeeld de gemeente. Wat is een gemeente, wat kan je erover vertellen?
Een gemeente is een klein stukje van een provincie. De gemeente Utrecht is bijvoorbeeld de stad Utrecht, samen met een paar dorpjes in de buurt.
Het bestuur van een gemeente noemen we ook gemeente.
Elke gemeente heeft een gemeentehuis.

2) Wanneer moet je naar het gemeentehuis?
Bij het regelen van officiële dingen:
– als er iets belangrijks verandert in je leven. Je geeft dan een verandering of wijziging door.
– als je een document (=een  belangrijk papier, bewijs) moet aanvragen of verlengen.
– als je een vergunning (= toestemming) moet aanvragen.

3) Welke belangrijke veranderingen of wijzigingen in je leven moet je melden bij de gemeente?
geboorte van een kind;
overlijden van een gezinslid;
– als je gaat trouwen;
– als je gaat verhuizen.

4a) Hoe heet de eigen administratie van de gemeente?
Vroeger de Gemeentelijke BasisAdministratie (GBA).
Sinds een paar jaar heet dit de BasisRegistratie Personen (BRP).
4b) Wat staat er bijvoorbeeld in de GBA of BRP?
Wie er in een gemeente woont.
Waar iemand woont en met wie hij woont.
Of iemand getrouwd is of samenwoont.

5) Wat is een document? En geef een paar voorbeelden van een document.
Een document is een belangrijk en officieel papier. Het is een bewijs.
Voorbeelden zijn:
een rijbewijs, dat je moet hebben om auto te rijden;
een paspoort, dat bewijst wie jij bent en dat je moet hebben om naar landen buiten Europa te reizen;
een ID-bewijs, dat bewijst ook wie je bent en je kunt er mee door Europa reizen.

6) Wat is een vergunning? En geef ook hier een paar voorbeelden.
Een vergunning is een toestemming. Het zegt dat je iets mag doen. Zonder zo’n vergunning mag je dat niet doen!
Voorbeelden zijn:
een bouwvergunning, hiermee mag je een huis of een grote schuur bouwen of je huis groter maken;
een sloopvergunning, hiermee mag je een oud huis of gebouw slopen (=kapot maken en weghalen)
een kapvergunning, hiermee mag je een grote boom in je tuin kappen (=omzagen, omhakken).

7a) Wat heb je als niet-Nederlander nodig als je in Nederland wilt blijven wonen?
Een verblijfsvergunning óf
een visum (hiermee mag je maximaal 3 maanden blijven).
7b) Waar kan je een verblijfsvergunning aanvragen en hoe doe je dit?
Bij de gemeente met een aanvraagformulier.
7c) Wat doet de gemeente met jouw aanvraagformulier?
De gemeente stuurt het formulier door naar de IND.
7d) Wat betekent IND?
Het is de Immigratie- en NaturalisatieDienst.
7e) Binnen hoeveel tijd moet de IND beslissen over jouw aanvraag voor een verblijfsvergunning?
Binnen 6 maanden.

8a) Wat is een MVV?
Een Machtiging Voorlopig verblijf.
8b) Wat kan je vertellen over een Machtiging Voorlopig Verblijf?
– Die heb je soms nodig voordat je naar Nederland komt.
– Je kunt deze aanvragen bij de Nederlandse ambassade of het consulaat in het land waar je woont.
– Wanneer je een MVV hebt, kun je wél naar Nederland komen, maar moet je ook nog een verblijfsvergunning aanvragen.

9) Wat moet je binnen 3 dagen doen, wanneer je in Nederland bent aangekomen?
– een verblijfsvergunning aanvragen op het gemeentehuis;
– je melden bij de politie om te zeggen dat je in Nederland bent.

10a) Wat moet je doen als je Nederlander wilt worden?
Je moet een aanvraag voor naturalisatie doen.
10b) Wat betekent naturalisatie?
Het betekent dat je Nederlander wordt.
10c) Waar vraag je naturalisatie aan?
Op het gemeentehuis.
10d) Wat doet de gemeente met jouw aanvraag voor naturalisatie?
De gemeente stuurt de aanvraag door naar de IND voor een beslissing.

Binnenkort komen er nog meer vragen met antwoorden over het thema “instanties”, het gaat dan over de Belastingdienst.
Veel succes alvast bij het leren voor KNM of Kennis Nederlandse Maatschappij.

nog meer lichtjes…..

Voor mijn leerlingen!

We zitten met z’n allen volop in de feestdagen, kan je wel zeggen! Ik schreef al even over advent, het feest dat christenen voorbereidt op de kerst.
Maar niet alleen de christelijke Nederlanders vieren hun feestje met lichtjes, ook de Joodse Nederlanders zijn al een week in de weer met hún feestje: Chanoeka.
Dat is voor de Joden het feest van de lichtjes, het inwijdingsfeest. Zij vieren het wonder van de lichtjes, dat zich afspeelde toen de Joden de Tempel op de Grieken heroverden in het jaar 164 voor de gewone jaartelling .
De Tempel moest worden heringewijd, er was dus olie voor het licht van de Menorah in de Tempel nodig. Er bleek nog ergens een restje goede olie te zijn, precies genoeg voor één dag. Het duurde echter acht dagen voordat er weer nieuwe, goede olie gevonden was. Het wonder nu is, dat de weinige olie die er nog was, toch genoeg was om acht dagen lang het licht in de Tempel te laten branden!
Om dit te herdenken worden met Chanoeka acht dagen lang lichtjes aangestoken, elke dag ééntje meer.

chanoeka2017 (c)uilentaal

In Nederland zijn er op verschillende plaatsen in het land vaak openbare chanoekavieringen waarbij een heel grote chanoekia wordt aangestoken.
Zo werden er dit jaar al lichtjes aangestoken in Lelystad (1e), in Harderwijk (2e) en was er veel prominent bekijks bij het aansteken in Amsterdam (6e). Heel fijn!
Hiernaast zien jullie het 7e lichtje in onze vensterbank, want bij Uilentaal zijn er heerlijk dubbelop lichtjes in huis in deze tijd ;-)!! Chag Chanoeka Sameach!

advent

Voor mijn leerlingen!

Advent is begonnen. Vandaag is het de eerste advent, zoals de christelijke Nederlanders dat noemen. De adventstijd begint altijd op een zondag en heeft vier adventszondagen. Het zijn de vier zondagen voor de kerst. Zoals jullie weten is kerst altijd op vaste data: op 25&26 december. De vier zondagen voor de kerst van dit jaar zijn dus 3, 10, 17 en 24 december. Kijk maar even mee op de kalender.
Met de adventstijd bereiden christenen zich voor op het kerstfeest, waarmee de komst van Jezus Christus wordt gevierd. Advent komt van “adventus”, dat ook komst betekent. In de adventstijd zijn christenen dus al bezig met deze komst van christus. Hier kan je wat meer over advent lezen.

In Nederland merk je eigenlijk niet zoveel van de adventstijd, wanneer je gewoon in de Nederlandse huizen of op straat komt. In bijvoorbeeld ons buurland Duitsland is dat anders. Daar worden met de start van de adventstijd overal de kerstmarkten geopend en in de Duitse huizen vind je overal tekenen van advent, zoals adventskransen of allerlei decoratie met vier kaarsen of lichtjes. Ook wenst men elkaar in de winkels en bij ontmoetingen heel nadrukkelijk een goede eerste, tweede, derde of vierde advent. Iets wat wij in Nederland niet kennen. Verder is er tegenwoordig weer een groots muziekprogramma op de Duitse tv met advent. Er worden dan voornamelijk Duitstalige liedjes gezongen.

Ik vind het een mooie gewoonte om de advent een beetje nadrukkelijk te “vieren”. Eigenlijk ben ik wel jaloers op deze Duitse traditie. Daarom maak is mijn huis ook graag een beetje in de sfeer van advent!