dubbelklanken -2

Voor mijn leerlingen!

De Nederlandse taal heeft acht dubbelklanken. We noemen ze ook wel duo-klinkers, tweeletterklanken of samenklanken.
Voor ons Nederlanders zijn ze heel normaal :)).
Wanneer je onze taal gaat leren, dan is dat best moeilijk! Want hoe spreek je zo’n dubbelklank nu precies uit?!
En wanneer schrijf je ook al weer welke twee letters……… ?!

Hieronder is een invuloefening met veel woorden met een dubbelklank erin.
Vul een van deze acht dubbelklanken in: EU – UI – OE – EI – IJ – IE – OU – of de AU.
Als je de oefening gemaakt hebt, kijk ik deze voor je na en lezen we de oefening samen een paar keer hardop.

1. Een vrouwtjes kat noemen we een p____s.

2. De p____s vangt een m____s.

3. Op het forn____s staan pannen. Je kookt op het forn____s.

4. Dr____ven zijn lekkere zoete vruchten. Ze zijn wit of rood.

5. Het forn____s staat in de k____ken, omdat je daar kookt.

6. De kleren was je in de wasmachine met wasp____der.

7. Heb jij melk en s____ker in jouw koffie?

8. We hebben op school na twee uur een p____ze. Dan praten en eten we samen.

9. In juli en augustus heeft de school zes weken vakant____.

10. Een arb____der is iemand die voor een baas werkt. Een arb____der werkt meestal met zijn handen.

11. Als het regent ga ik niet op de f____ts, maar met de ____to naar school.

12. Drie opgebakken __eren met ham en kaas noemen Nederlanders een uitsmijter.

13. Verse gr____nte en fr____t is heel gezond!

14. Als je een ____ moet snijden, ga je huilen!

15. Een mannetjes k____ noemen we een stier.

16. De ch____ff____r bestuurt de taxi.

Was het moeilijk? Zoek de nieuwe woorden op in een woordenboek of op de computer.
Lees de oefening ook een paar keer met een Nederlandse docent of taalcoach. Je leert de dubbelklanken dan goed uitspreken. Veel succes!

Advertenties

record oktoberwarmte!

oktoberwarmte (c)uilentaalHet is vandaag de warmste oktoberdag ooit! Dat is wel een vermelding waard.

<< Hiernaast zie je de thermometer van ons balkon,  die vandaag deze temperatuur van maar liefst 25 graden C. aangeeft!! Ongekend. Het weer en dus de natuur is de kluts kwijt. Al langer natuurlijk, want ook de afgelopen zomer zorgde voor extreme hitte en een zeer ernstige droogte in heel Europa.

De klimaatverandering of ook wel de #ClimateChange, laat zich gelden en wij mensen zijn – in ieder geval deels – schuld! Na de industriële revolutie is onze aarde al met één graad opgewarmd, we dienen er nu mondiaal alles aan te doen om de verdere stijging binnen de perken te houden. In 2015 werd in Parijs al overeengekomen dat een verdere stijging onder de twee graden moest worden gehouden. Nu is er afgelopen zondag in Zuid-Korea een nieuw rapport gepubliceerd, dat ons allemaal op deze aardbol toch wel heel erg duidelijk wil maken dat een stijging van maximaal 1,5 graad moeten worden nagestreefd!  Wat het verschil van zo’n halve graad doet met onze aarde –en met Nederland!!– wordt ons ook nog eens flink ingepeperd. Nu is het aan ons -nietige wezens op deze bol- om eindelijk eens in actie te komen, wanneer we tenminste niet willen dat de generatie(s) na ons verzuipen of verbranden! Laten we het zo cru maar eens opschrijven, in de hoop dat dat helpt……… ?!

oefenen met 4 werkwoorden -6

Voor mijn leerlingen!

We gaan vandaag oefenen met de volgende vier werkwoorden:
zeggen – spellen – wonen – spreken.

Vul in elke zin de juiste vorm van het juiste werkwoord in.
Bedenk eerst welk werkwoord goed is.
Bedenk daarna welke vorm van dat werkwoord goed is.

Wil je eerst nog iets meer weten over wat werkwoorden precies zijn, dan kan je hier klikken.

Veel succes met de oefening! Als je de oefening gemaakt hebt, kijk ik deze graag voor je na!

1. Het meisje ________ niet veel in de klas.
2. Abdulrahman is een lange naam. Ik ________  het even.
3. Wij ________ in een flat.
4. De vluchteling ________ Arabisch.
5. De docent ________ altijd uit welk boek wij gaan leren.
6. De kinderen zijn heel stil. Zij ________ niets.
7. Mijn vriend ________ in Duitsland.
8. De docent ______ alleen maar Nederlands in de les.
9. Nederlanders ________ altijd wat ze denken.
10. De kinderen ________ de namen. De docent schrijft de namen op.
11. Mijn ouders ________ nog in Syrië
12. Hoe ________ jij jouw naam? Ik weet niet hoe ik het moet schrijven.
13. De kinderen ________ thuis altijd Koerdisch.
14. De leerling ________ het nieuwe woord eerst, daarna zegt ze het.
15. Nederlanders ________ heel vaak in een rijtjeshuis
16. Jullie ________ twee talen, Arabisch en Nederlands.

dubbelklanken

Voor mijn leerlingen!

De Nederlandse taal heeft acht dubbelklanken. We noemen ze ook wel duo-klinkers, tweeletterklanken of samenklanken.
Voor ons Nederlanders zijn ze heel normaal :)).
Wanneer je onze taal gaat leren, dan is dat best moeilijk! Want hoe spreek je zo’n dubbelklank nu precies uit?!
En wanneer schrijf je ook al weer welke twee letters……… ?!

Hieronder is een invuloefening met veel woorden met een dubbelklank erin.
Vul een van deze acht dubbelklanken in: EU – UI – OE – EI – IJ – IE – OU – of de AU.
Als je de oefening gemaakt hebt, kijk ik deze voor je na en lezen we de oefening samen een paar keer hardop.

 

1. Het vlees ligt in de k____lkast.

2. De kaas is deze week in de aanb____ding.  Het is dus g___dkoop.

3. De citr____n is een gele, zure vrucht.

5. De aardb____ is een rode, zoete vrucht.

6. Welke kl____r heeft de hemel zonder wolken?

7. Nederlanders drinken vaak w____n op een feestje.

8. Ook eten wij vaak s____p met groente en stukjes vlees erin.

9. De mannen drinken meestal b____r op een feestje.

10. De herfst noemen wij een s____z____n.

11. Soms ga ik met de f____ts, maar meestal ga ik met de tr____n. Dat gaat sneller.

12. Op vakantie ga ik met een vl____gt____g. Dat gaat het snelst.

13. Een mannetjes koe heet een st____r.

14. Een kon____n is een zacht d____r met lange oren.

15. Een uur heeft v____r kwart____ren.

16. Nederlanders hebben altijd haast, zij hebben weinig t____d.

17. Een j____rnalist werkt voor een krant.

18. Bakker zijn, is een ber____p. De bakker bakt brood.

19. Slager zijn, is ook een ber____p. De slager snijdt vlees.

20. De baas van een bedr____f noemen we vaak de direct____r.

21. De b____r heeft k____ien en varkens.

22. Na de middelbare school ga je naar een opl____ding.

23. De woorden g____d en f____t zijn elkaars tegenstelling.

Was het moeilijk?
Lees de oefening ook een paar keer met een Nederlandse docent of taalcoach. Je leert de dubbelklanken dan goed uitspreken. Veel succes!

hebben en zijn

Voor mijn leerlingen!

Op verzoek geef ik jullie hieronder een schrijfoefening voor het gebruik van de werkwoorden hebben en zijn. De werkwoorden hebben en zijn, zijn twee belangrijke werkwoorden in de Nederlandse taal.

Vul op de open plekken de juiste vorm van het werkwoord hebben of zijn in. Het is natuurlijk nog beter als je de hele oefening overschrijft! Je oefent dan extra alle woorden die in de zinnen voorkomen. Als je een woord niet kent, zoek het dan op! Wanneer je de oefening gemaakt hebt, kijk ik deze graag voor je na.

Veel succes!

1 Ik ______ geboren in Syrië.

2 Ik ______ een boek.

3 Jij ______ in huis.

4 De kameel _____ groot.

5 Jij ______ een nieuwe jurk.

6 De neef en de nicht ______ geboren in Nederland.

7 De man en de vrouw ______ gefietst.

8 Wij ______ geen auto.

9 Ik ______ in de woonkamer.

10 De jongen en het meisje _____ familie.

11 De broer en de zus ______ in huis.

12 De broer en de zus ______ gewinkeld.

13 De vork ____ klein.

14 Jij ______ gelopen.

15 Ik ____ een meisje / een jongen.

16 De lepel ____ een ding.

17 Hij ______ een zus.

18 Het schaap ______ vier poten.

19 Jij ____ klein.

20 De kat ____ een dier.

21 Het meisje en de jongen ______ een fiets.

22 Wij ______ een huis.

23 Jij ______ een meisje / een jongen.

24 wij ______ gegeten.

25 Ik ______ geslapen.

26 De koe ____ in de schuur.

27 Ik _____ groot.

28 Zij ______ een broer.

29 Wij ______ geboren in Amsterdam.

30 De koe ______ gedronken.

31 Jij ___ geboren in Nederland.

32 De lepel _____ in de lade in de keuken.

33 De neef en de nicht ______ een auto.

34 Jullie ____ in de woonkamer.

35 Zij _____ vluchtelingen.

36 De man en de vrouw _____ samen.

Wanneer je de werkwoorden nog weer even wilt herhalen en leren, klik dan nog eens hier op hebben of zijn.

Herbsttag

Wie hier vaker voorbij komt, weet dat ik een echte liefhebber van de herfst ben! Ook dit jaar heb ik de herfst weer naar binnengehaald. De tweede foto is een beetje een “Harzer Herbst“; de houten paddenstoel en het “bosmannetje” komen beide uit de  Harz. Het “bosmannetje” is een zg. Harzer Glückswichtel.
Er hoort een verhaal bij zo’n Glückswichtel.
Het heet dat je zo’n Wichtel bij volle maan ergens in de bossen tegen kan komen, als je héél stil bent. Gebeurt je dit, dan blijft het geluk een hele tijd bij je. Maar pas op (!!), als je het gaat vertellen, dat je er eentje gezien hebt, dan is het gelijk weer gedaan met het geluk en moet je wachten tot je er weer eentje ziet!
Nu is je natuurlijk gelijk duidelijk, waarom je nog nooit iemand bent tegengekomen, die je heeft gezegd, dat hij zo’n Wichtel in levende lijve heeft ontmoet! ;))

En om nog even in Harzer en dus Duitse sferen te blijven, hieronder een heel mooi gedicht ter ere van de herfst van Rainer Maria Rilke. Eigenlijk is het gedicht ook een beetje triest, vooral de derde strofe, die meer over de herfst van het leven gaat: “….. Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben, ……” en “….. und wird in den Alleen hin und her unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.”
Dat klinkt allemaal niet bepaald om vrolijk van te worden ;). Toch vind ik het een prachtig gedicht, met mooie woorden waarbij je vanzelf beelden krijgt. Hier komt het.

Herbsttag

Herr: es ist Zeit. Der sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren laß die Winde los.

Befiehl den letzten Früchten voll zu sein;
gieb ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.

***

drama! in 6-voud!

Mag ik even waarschuwen?
Deze meneer hieronder is Blok.
Minister Blok.
Minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok!
Ónze minister Blok.

Ik schaam me kapot!
Van plaatsvervangende schaamte krijg ik het heet, krullende tenen, gebalde vuisten, stoom uit mijn oren!
Dit is Né – der – land!
Ik ben Né – der – lan – der! Ja!!

In welke wereld leeft deze man? Woont en werkt hij echt in Nederland? Vliegt hij echt -nota bene namens ons!- de wereld rond?
Loopt hij misschien nooit eens gewoon in het wild dwars door de stad? Die mooie stad, waar ook nog zijn ministerie staat?!
Of blijft hij in zijn bubbel, rondjes doen binnen Benoordenhout?

Wat voor een enggeestig, bekrompen wereldbeeld heeft deze man!?

En nee, deze uitspraken hieronder dateren niet uit zijn vorig leven, toen hij misschien nog niet zeker wist of hij wel op Buitenlandse Zaken zou passen, of toen hij misschien al wel over zijn pensioen nadacht.
Nee, deze uitspraken deed onze Stef vorige week, op een besloten avondje met Nederlandse expats. Hollanders dus, die hun brood verdienen in het buitenland en in de regel zeer open-minded zijn.
Wat zullen deze mensen geschrokken zijn, zeg!
Die hebben vast stiekem gedacht: wat staat daar voor een man te lallen!? Dat is een filmpje waard!

Hoeveel borrels had hij op? Onze minister van BuZa? Hoeveel pilletjes had hij achter de kiezen? Dat zomaar plots de ware Stef met zijn ware aard boven water kwam? Blok had even zijn eigen Zijlstra-momentje, maar dan anders. Hoe zit dat toch met die rechter flank van de VVD, die zich op sommige momenten zo ontzettend PVVD-achtig kan laten gaan?!

Je zult maar vluchteling zijn, statushouder, en je bent net in Nederland met je inburgering begonnen. Dankjewel (!!) Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok!

En wat zegt deze minister na zijn gebazel? “Sorry! Beetje ongelukkig. Ietwat “prikkelende” woordkeus.”

Bah!
Weg, die man!

– – – – – –

Voor als je de confrontatie aandurft, hieronder de zes filmpjes, met dank aan programma Zembla.
1)

2)

3)

4)

5)

6)

KNM – thema Instanties -2

Voor mijn leerlingen!

Je moet voor het KNM-examen echt heel veel dingen over de Nederlandse maatschappij weten. Denk niet, dat het KNM-examen makkelijk is. Dat is het niet! Probeer daarom de teksten uit je boek en van de papieren goed te leren!

Dit leren gaat gemakkelijker als je heel veel vragen over de teksten kunt beantwoorden. Leer de vragen niet alleen maar uit je hoofd. Probeer ook goed te begrijpen wat je als antwoord op een vraag geeft. Zo kun je ook andere vragen in een KNM-examen goed beantwoorden, omdat je de teksten goed hebt geleerd.

Deze vragen hieronder gaan over het thema Instanties. Instanties zijn bijvoorbeeld de gemeente, de belastingdienst of de politie.

Dit keer gaan de vragen over de belastingdienst.

1a) Wie moeten er in Nederland belasting betalen?
Alle mensen moeten belasting betalen.

1b) Aan wie moet je in Nederland belasting betalen?
Aan de belastingdienst.

1c) Waarvoor wordt het belastinggeld gebruikt?
Nederland gebruikt het bijvoorbeeld voor het onderhoud van de snelwegen, voor de politie, of voor het betalen van uitkeringen.

1d) Wat zijn algemene voorzieningen?
Dat zijn dingen voor iedereen.

1e) Wat zijn dus voorbeelden van algemene voorzieningen?
Snelwegen, politie, uitkeringen. Dat zijn dingen voor iedereen.
Belastingen gebruiken we dus voor algemene voorzieningen.

1f) Moet iedereen in Nederland evenveel belasting betalen?
Nee, als je veel geld hebt of verdient, dan moet je veel belasting betalen.
Als je niet veel geld hebt of weinig verdient, dan hoef je niet veel belasting te betalen.

2a) Hoe moet je belasting betalen?
– soms gaat het vanzelf: bijvoorbeeld over je loon, jouw werkgever haalt elke maand de belasting van jouw brutoloon af.
– soms moet je belastingaangifte doen.

2b) Wat is belastingaangifte doen?
Belastingaangifte doen, is vertellen aan de belastingdienst hoeveel geld je had.

2c) Wanneer doe je belastingaangifte?
Je doet dit als het jaar voorbij is. Het moet over 2017 bijvoorbeeld voor 1 mei 2018 worden gedaan.

3a) Op welke manier, hoe, doe je belastingaangifte?
– met een formulier óf
– via de computer, via de site van de belastingdienst.

3b) Je moet vertellen aan de belastingdienst hoeveel geld je had. Wat moet je dan allemaal invullen?
– hoeveel geld je op de bank hebt;
– hoeveel geld je verdiend hebt;
– hoeveel geld je van iemand gekregen hebt.

4a) Soms krijg je ook geld terug van de belastingdienst. Wat kan je bijvoorbeeld terugkrijgen?
alimentatie, dat is geld dat je aan je ex-man of ex-vrouw hebt betaald;
reiskosten, dat is geld dat je moest betalen voor het reizen naar je werk;
geld dat je hebt gegeven aan een goed doel.

5) Hoe weet je nu of je geld moet betalen of geld terugkrijgt van de belastingdienst?
Een paar maanden na jouw ingevulde belastingaangifte krijg je een brief van de belastingdienst. Daarin staat hoeveel geld je terugkrijgt of hoeveel geld je moet betalen.

6a) Wat is een jaaropgave?
De jaaropgave is een belangrijk papier.
Er staat op hoeveel loon of uitkering je het afgelopen jaar hebt ontvangen.
Er staat ook op hoeveel belasting je al via je loon hebt betaald.

6b) Wat moet je doen met een jaaropgave?
Je moet de jaaropgave altijd bewaren, maximaal 5 jaren.
Je hebt de jaaropgave nodig bij het invullen van de belastingaangifte.
De bedragen op de jaaropgave moet je invullen op jouw belastingaangifte.

6c) Wat is het verschil tussen een jaaropgave en een loonstrookje?
Een loonstrookje krijg je elke maand, een jaaropgave krijg je maar één keer per jaar en moet je goed bewaren!

7a) Is belasting betalen verplicht?
Ja! Als je niet betaalt, kun je een boete krijgen!

7b) Wat moet je doen als je de belasting niet direct kunt betalen?
– Je moet vragen of je later mag betalen, dat heet uitstel.
– Je kunt vragen of je het geld in stukjes mag betalen, elke maand een beetje. Dat heet in termijnen betalen.
– Heel soms kun je kwijtschelding vragen. Kwijtschelding betekent dat je minder of geen belasting mag betalen.

7c) Wat moet je doen, als je het niet eens bent met het bedrag dat je aan de belasting moet betalen?
– Als je het echt niet eens bent met het bedrag dat je moet betalen, kan je bezwaar maken. Je moet dan wel een heel goede reden hebben!

7d) Wat is bezwaar maken precies?
Je schrijft dan een brief aan de belasting. Je zegt dan dat het bedrag te hoog is én je zegt ook waarom je dat vindt.

8a) Hoe weet je of je belastingaangifte moet doen?
Je krijgt hiervoor elk jaar een brief van de belasting.

8b) Wat staat er in deze brief?
– er staat in dat je aangifte moet doen.
– er staat ook in hoe je dat kunt doen: via de site van de belasting: http://www.belastingdienst.nl óf met een heel groot papieren formulier.

8c) Wat kan je doen, als je het te moeilijk vindt om alleen de aangifte te doen?
– je kunt de belastingdienst bellen en vragen of zij helpen.
– je kunt in jouw gemeente vragen of er vrijwilligers zijn die je hierbij kunnen helpen.

9a) Welke belangrijke papieren moet je altijd bewaren?
Bewijzen voor de belasting, waarmee je kunt laten zien hoeveel geld er was.

9b) Noem eens voorbeelden van zulke bewijzen?
jaaropgave;
– bankafschriften;
papieren over leningen en schulden;

9c) Waarom moet je deze bewijzen altijd bewaren?
Omdat de belasting soms controleert of jouw aangifte wel klopt, wel eerlijk is ingevuld.

9c) Hoe lang moet je al je papieren over geld en belasting bewaren?
Je moet al je papieren (=administratie) 5 jaar bewaren.


Binnenkort
komen er nog meer vragen met antwoorden over het thema “instanties”, het gaat dan over de Politie en de Identificatieplicht.
Veel succes alvast bij het leren voor KNM of Kennis Nederlandse Maatschappij.

#KeinSchlussstrich

Vandaag is in München de uitspraak gedaan in het zg. NSU-proces. Het is hiermee vandaag een inktzwarte dag voor Duitsland!

Duitsland is boos! Heel erg boos!! Want het proces eindigt met meer vragen dan antwoorden!!! Wat goed dat er Twitter is!!

Vragen als:
Wat was en is de rol van de informanten -maar ook infiltranten vanuit de veiligheidsdiensten- binnen de rechtse scene?
Waarom zijn akten vóór of lopende het proces in de papierversnipperaar verdwenen?
Waarom wordt er niet verder gezocht naar handlangers binnen de rechtse scene, terwijl duidelijk is geworden dat deze er waren en dus…. zijn!?
Waarom worden na de uitspraak vandaag, de akten over het NSU-proces, pas over 120 jaar vrijgegeven? Wat is hier te verbergen?

Fragen über Fragen!
Daarom:

KeinSchlussstrich (c)BundnissGegenNaziterrorUndRassismus

#KeinSchlussstrich