schrijfopdracht – stuur een e-mail-1

Voor mijn leerlingen!

Hieronder staat een schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.
Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna de e-mail.

Opdracht:
Je hebt vrijdag as. een afspraak bij de gemeente. Je kunt niet komen en wilt de afspraak verzetten naar een andere dag. Schrijf een email aan de gemeente.

– schrijf het e-mailadres van de gemeente in de mail
– schrijf een “betreft” – regel in de mail

– schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste…… / geachte mevrouw, geachte heer…..)

schrijf dat je jouw afspraak op vrijdag as. wilt verzetten naar een andere dag, omdat je niet kunt komen. Vertel waarom je niet kunt komen. Vertel op welke dagen je wel naar een nieuwe afspraak kunt komen.

– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ………..)

Veel succes! Wil je dat ik het nakijk, geef jouw e-mail dan aan mij in de les.

back again

Ik heb een tijdje niets van me laten horen. En dat terwijl er zoveel is gebeurd.

Amerika heeft Donald Trump als president gekozen (lees hier allerlei in het Nederlands / lese hier auf Deutsch) en dus ziet de wereld er nu echt anders uit!

Nederland heeft ten aanzien van Trump al een paar flinke duiten in het zakje gedaan! Geweldig! Heerlijk! Laten we vooral zo doorgaan! En zo leuk, de LuckyTV-man komt uit Den Haag en wil daar gewoon fijn blijven. Super! :)

En dan is het natuurlijk nog Kerstmis geweest. En we hebben oud en nieuw gevierd. Lang, lang geleden allemaal; de beste wensen nog voor iedereen, of zoals een heel mooie, oude, protestants-christelijke nieuwjaarswens luidt: veel heil en zegen in het nieuwe jaar! Dat kan je elkaar nog best wensen in februari, vind ik. Bovendien kan de wereld het wel gebruiken, nu we met ons allen in het Trump-tijdperk zijn beland.

Ik ben in ieder geval back again en hoop op een mooi en vooral interessant 2017!

schrijfopdracht – stuur een briefje-1

Voor mijn leerlingen!

Hieronder staat een schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.
Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna het briefje.

Opdracht:
Je dochtertje Badria heeft volgende week een uitje van school. De klas gaat ook samen eten bij de chinees.
Je wilt de juf van school vertellen dat Badria alleen maar vegetarisch of kip mag eten bij de chinees. Badria mag geen andere gerechten nemen, omdat daar varkensvlees in zit.
Schrijf een kort briefje aan de juf van Badria.
1)
– schrijf de aanhef (dus: lieve….. / beste….. / geachte mevrouw, geachte heer……)
2) schrijf de inhoud:
schrijf wat je de juf wilt vertellen (dat staat hierboven bij opdracht!)
3)
– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, …….)

Veel succes! Wil je dat ik het nakijk, geef jouw briefje dan aan mij in de les.

schrijfopdracht – stuur een kaartje-1

Voor mijn leerlingen!

Hieronder staat een schrijfopdracht zoals je deze ook op het examen kunt krijgen.
Hoe was het ook al weer?
Een e-mail, briefje of kaartje bestaat uit drie delen: 1) de aanhef, 2) de inhoud en 3) het slot.
Wil je dit eerst nog weer even herhalen of wil je meer over e-mails, kaartjes en briefjes schrijven leren, kijk dan hier!!

Lees nu eerst de opdracht goed door, schrijf daarna het kaartje.

Opdracht:
Je bent op vakantie in Zweden en stuurt een kaartje naar je moeder en broers/zussen thuis.
1)
– schrijf de aanhef (dus: lieve ….. / beste …… / geachte mevrouw, geachte heer……)
2)
– schrijf wat je van jouw vakantie in Noorwegen vindt. Vertel iets over het weer. Vertel wat je gisteren en vandaag hebt gedaan. Vertel wat je morgen gaat doen.
3)
– schrijf het slot (dus: groetjes / liefs / met vriendelijke groet, ……..)

Geef de gemaakte opdracht aan mij in de les, ik kijk het graag voor je na! Veel succes!

KNM – thema Opvoeding en Onderwijs

Voor mijn leerlingen!

Je moet voor het KNM-examen echt heel veel dingen over de Nederlandse maatschappij weten. Denk niet, dat het KNM-examen makkelijk is. Dat is het niet! Probeer daarom de teksten uit je boek en van de papieren goed te leren!

Dit leren gaat gemakkelijker als je heel veel vragen over de teksten kunt beantwoorden. Leer de vragen niet alleen maar uit je hoofd. Probeer ook goed te begrijpen wat je als antwoord op een vraag geeft. Zo kun je ook andere vragen in een KNM-examen goed beantwoorden, omdat je de teksten goed hebt geleerd.

Deze vragen hieronder gaan over het thema Opvoeding en Onderwijs.

Tekst 1: de kinderopvang.

1) Noem 3 soorten kinderopvang.
– kinderdagverblijf;
– de voorschool;
– de peuterzaal.

2) Wat is een kinderdagverblijf?
Een kinderopvang voor kinderen van 0 – 4 jaar.
Andere naam hiervoor is een crèche.
De volwassenen die op de kinderen passen hebben een diploma.

3) Wat is een voorschool?
Een kinderopvang voor kinderen van 2 – 5 jaar.
Er is extra aandacht voor de Nederlandse taal.

3a) Welke kinderen gaan naar een voorschool?
Buitenlandse kinderen, bijvoorbeeld kinderen van vluchtelingen of kinderen met een migratie-achtergrond.

4) Wat is een peuterspeelzaal?
Een kinderopvang voor kinderen vanaf 2 jaar.
Kinderen gaan hier meestal maar 2 ochtenden naar toe.

5) Wat moet je doen als je kind naar de kinderopvang moet?
Je moet een kinderopvang voor je kind zoeken en het daar inschrijven.

5a) Hoe zoek je een goede kinderopvang?
Op internet, bijvoorbeeld op www.goudengids.nl of op www.detelefoongids.nl, zoek daar bij bedrijven.

5b) Hoe schrijf jij je kind in bij de kinderopvang?
Met een formulier.
Je moet je kind op tijd inschrijven, er zijn vaak wachtlijsten.

6) Wie betaalt de kinderopvang?
Ouders betalen een deel en de belastingdienst betaalt een deel.
Dit heet de kinderopvangtoeslag.

6a) Waar kun je de kinderopvangtoeslag aanvragen?
Via het internet, op de site www.toeslagen.nl.

6b) Waar kun je informatie over de kindervang vinden?
Op het internet: www.kinderopvang.net.

Tekst 2: de basisschool

7) Hoe oud zijn de kinderen die naar de basisschool gaan?
De kinderen zijn 4 – 12 jaar.

7a) Vanaf hoe oud moet een kind naar de basisschool? Vanaf hoe oud is het verplicht?
De basisschool is verplicht voor een kind vanaf 5 jaar.

8) Wat leren de kinderen op de basisschool allemaal?
lezen, schrijven, rekenen, aardrijkskunde, geschiedenis, gymnastiek.

9) Hoeveel groepen heeft een basisschool?
8 groepen: groep 1 en 2 is voor spelen, vanaf groep 3 moeten de kinderen dingen leren.

10) Wie betaalt de basisschool?
De overheid (de staat) betaalt veel.
De ouders moeten zelf ook een klein deel betalen.

10a) Hoe heet het geld dat de ouders aan de basisschool moeten betalen?
De ouderbijdrage.

10b) Waarvoor is de ouderbijdrage?
Voor leuke activiteiten, bijvoorbeeld een schoolreisje, een feest of een kamp.

10c) Is de ouderbijdrage verplicht?
Nee. Het is een vrijwillige bijdrage maar wel erg belangrijk.

11) Wanneer kan je je kind inschrijven voor de basisschool?
Als je kind 2 jaar is.
Het is belangrijk om het snel te doen, er is vaak een wachtlijst.

12) Wat is speciaal onderwijs?
Dit zijn scholen voor gehandicapte kinderen, kinderen met een leerprobleem of met een bedragsprobleem.

13) Wat is bijzonder onderwijs?
Dit zijn scholen die niet door de gemeente worden bestuurd. Bijvoorbeeld christelijk, katholiek, islamitisch of joods onderwijs.

14) Wat is openbaar onderwijs?
Dit zijn scholen die door de overheid, meestal de gemeente, worden bestuurd. Er wordt geen speciale aandacht aan een geloof gegeven.

15) Wat is buitenschoolseopvang?
De BSO. Kinderen kunnen hier na 15.00 uur naar toe, als de ouders allebei werken. Je kunt er ook een toeslag voor krijgen.

Binnenkort volgen er meer vragen en antwoorden over het thema Opvoeding en Onderwijs. We gaan het dan hebben over het voortgezet onderwijs (= de middelbare school).

 

KNM – thema Wonen -2

(c) eenregelperdag.nl

(c) eenregelperdag.nl

Voor mijn leerlingen!

Je moet voor het KNM-examen echt heel veel dingen over de Nederlandse maatschappij weten. Denk niet, dat het KNM-examen makkelijk is. Dat is het niet! Probeer daarom de teksten uit je boek en van de papieren goed te leren!

Dit leren gaat gemakkelijker als je heel veel vragen over de teksten kunt beantwoorden. Leer de vragen niet alleen maar uit je hoofd. Probeer ook goed te begrijpen wat je als antwoord op een vraag geeft. Zo kun je ook andere vragen in een KNM-examen goed beantwoorden, omdat je de teksten goed hebt geleerd.

Deze vragen hieronder gaan over het thema Wonen.

Tekst 3: Gas, water, electra, telefoon en kabel.

1) Wat moet je doen om gas, water en elektriciteit te krijgen?
Je moet je aanmelden bij een energiebedrijf en bij een waterbedrijf.

2) Wat is een ander woord voor electriciteit?
Stroom.

3) Noem en site op internet waar je informatie over energiebedrijven en waterbedrijven kunt vinden.
www.gaslicht.com
www. vergelijk.nl/energie.html

4) Hoe kun je je aanmelden bij een energiebedrijf?
Je kunt je via internet, je vult dan een formulier in.

5) Wat is een maandbedrag? En noem een ander woord voor een maandbedrag.
Een maandbedrag is het bedrag dat je elke maand aan het energiebedrijf moet betalen.
Een ander woord voor een maandbedrag is ook wel een voorschot.

6) Wat staat er in een jaarafrekening?
Hoeveel stroom, gas of water je het afgelopen jaar hebt gebruikt.
Er staat in of je moet bijbetalen. Je hebt dan meer gebruikt dan waarvoor je betaald hebt. Je maandbedrag wordt dan hoger.
Soms heb je minder gebruikt dan waarvoor je hebt betaald. Dan krijg je geld terug. Het maandbedrag wordt dan lager.

7) Hoe kun je een vaste telefoonaansluiting aanvragen?
– op de website van een telefoonaanbieder;
– bellen met een telefoonaanbieder;
– naar de winkel van een telefoonaanbieder gaan.

8) Wat is een kabelaansluiting?
Met een kabelaansluiting kan je TV kijken.
Een kabelaansluiting wordt geregeld door een kabelbedrijf.

9) Noem een aantal kabelbedrijven?
UPC, Essent, Casema, Caiway.

10) Hoe regel je een kabelaansluiting?
– Je kunt op de site van een kabelbedrijf een formulier invullen.
– Je kunt bellen met een kabelbedrijf.
– Je kunt naar een winkel van een kabelbedrijf in de buurt gaan.

11) Wat kan je met een kabelaansluiting?
– je kunt TV kijken;
– je kunt op internet;
– je kunt een vaste telefoon gebruiken.f

Tekst 4: Zuinig en veilig met energie en water.

12. Geef 3 tips om zuinig met energie en water te zijn.
1. zet de verwarming laag en doe een trui aan;
2. neem geen bad maar ga onder de douche, douche kort;
3. zet de verwarming laag als je niet thuis bent.

13. Hoe doe je veilig met energie? Noem 3 tips.
1. laat je verwarming, kachel of geiser 1x per jaar controleren;
2. zorg voor frisse lucht in huis, of koop een gasmelder. Die zegt wanneer er teveel gas in huis is;
3. lees altijd de gebruiksaanwijzing van elektrische apparaten.

Tekst 5: Storing!

14. Wat is storing?
Storing betekent dat er iets kapot is, bijvoorbeeld de TV of de lampen in huis.

15. Wat kun je doen als er een gewone storing is?
1. als je het begrijpt, zelf oplossen;
2. soms kan je even wachten, misschien gaat het over;
3. als het lang duurt, bel je een monteur.

16. Wat is een stroomstoring?
De lampen, TV of straatverlichting doet het niet;
Soms heeft een hele stad stroomstoring, soms heb jij alleen stroomstoring.

17. Wat doe je als er een stroomstoring is?
1. kijk in de meterkast, misschien is er een stop (zekering) kapot;
2. heeft de hele buurt of stad geen TV, telefoon of stroom, wacht dan af en doe niets;
3. je kunt het nationale nummer voor storingen van gas en stroom bellen: 0800-9009.

18. Wat doe je als je gas in huis ruikt?
1. draai direkt de hoofdkraan dicht;
2. doe de ramen open;
3. gebruik geen vuur, apparaten en doe geen licht aan;
4. bel 0800-9009.

Tekst 6: Verzekeringen

19. Hoe heet het geld, dat je elk jaar of halfjaar aan de verzekering betaald?
Dat is de verzekeringspremie.

20. Wat is een opstalverzekering?
Dat is een verzekering voor je koophuis en andere gebouwen die van jou zelf zijn.

20a. Welke schade betaalt de opstalverzekering aan jou?
Schade door brand, storm of overstroming.

21. Wat is een inboedelverzekering?
Een verzekering voor de spullen/dingen in jouw huis.

21a. Welke schade betaalt de inboedelverzekering?
Schade door brand of inbraak.

22. Wat is een aansprakelijkheidsverzekering?
Een verzekering die de spullen betaalt, die jij per ongeluk hebt stuk gemaakt. De spullen zijn van iemand anders.

23. Wat doe je als je schade hebt?
Je moet de schade melden.

24. Wat doe je bij schade melden?
– je vertelt aan de verzekering wat er is gebeurd;
– je vertelt wat er kapot is of wat er weg is;
– je vult een formulier in.

Tekst 7: de woonomgeving.

25. Wat is afval inzamelen?
– de gemeente komt met een afvalwagen jouw afval ophalen;
– dit gebeurt op vaste dagen;
– je moet jouw eigen afval dan buiten zetten;
– in de grote stad kan je jouw afval soms in een grote container gooien.

26. Wat is afval scheiden?
Verschillende soorten afval in verschillende bakken doen.

27. Welke verschillende containers voor afval zijn er?
– er is een groene container voor GFT afval;
– er is een blauwe container voor papier;
– er is een grijze container voor alle overige afval.

27a. Hoe noemen we alle overige afval?
Restafval.

27b. Wat betekent GFT?
Groente Fruit en Tuinafval.

28. Welke containers staan er meestal in een buurt voor meerdere mensen?
– glascontainer;
– container voor plastic;
– containers voor oud papier en textiel (=oude kleding).

29. Wat is KCA afval?
Klein Chemisch Afval.

29a. Geef eens een voorbeeld van KCA?
Batterijen en verf.

30. Wat is grofvuil?
Het is afval dat niet in een container past. Het is groot, bijvoorbeeld een bankstel, een tafel, een TV, een stoel.

30a. Wat doe je als je grofvuil hebt?
Je kunt de gemeente bellen en vragen of zij het op willen halen;
Je kunt het zelf naar de gemeente brengen.

31. Nederlanders vinden schoon zijn heel belangrijk.
Geef eens 5 voorbeelden van wat je moet doen om schoon te zijn.
1. ramen wassen;2. in jouw tuin het gras maaien;
3. onkruid in jouw tuin weghalen;
4. geen rommel op straat gooien;
5. kozijnen en muren in je huis schilderen of schoonmaken.

dag, maand, jaar

Voor mijn leerlingen.

Goed Nederlands praten betekent veel oefenen!
Hieronder staan een heleboel vragen mét antwoorden.  Alle vragen gaan over tijd. Dit keer gaat het over dagen, maanden en jaren.
Let goed op de volgorde van de woorden in de vragen én antwoorden. Kijk welke woorden uit een vraag jezelf opnieuw kunt gebruiken in het antwoord. De woorden die je opnieuw kunt gebruiken, zijn vet gedrukt. Kijk goed naar de plaats van een woord in de zin.

1. Hoeveel maanden heeft één jaar?
Één jaar heeft 12 maanden.

2. En hoeveel weken heeft één jaar?
Één jaar heeft 52 weken.

3. Hoeveel dagen heeft een jaar?
Een jaar heeft 365 dagen.

4. Hoeveel dagen heeft een week?
Een week heeft 7 dagen.

5. Hoeveel dagen heeft een maand?
Een maand heeft 28 of 30 of 31 dagen.

6. Welke maand heeft 28 dagen?
Februari heeft 28 dagen.

7 Hoeveel uren gaan er in een dag?
Er gaan 12 uren in een dag.

8. En hoeveel uren gaan er in een nacht?
Er gaan ook 12 uren in een nacht.

9. En hoeveel uren gaan er in een etmaal?
In een etmaal gaan 24 uren.

10. Hoeveel minuten heeft een uur?
Een uur heeft 60 minuten.

11. Welke maand is de eerste maand in het jaar?
Januari is de eerste maand in het jaar.
De eerste maand in het jaar is januari.

12. In welke maanden is het winter?
In de maanden december, januari en februari is het winter.
Het is winter in de maanden december, januari en februari.

13. Is de winter in Nederland koud?
Ja, de winter in Nederland is koud.

14. Is de winter in Eritrea koud?
Nee, de winter in Eritrea is warm!

15. In welke maand begint de lente?
De lente begint in de maand maart.

16. En in welke maanden is het lente in Nederland?
In Nederland is het lente in de maanden maart, april en mei.

17. Is de lente warm in Afrika?
Ja, de lente in Afrika is heel warm.

18. Wanneer begint de zomer in Nederland?
In Nederland begint de zomer in de maand juni.

19. In welke maanden is het zomer in Nederland?
In Nederland is het zomer in de maanden juni, juli en augustus.

20. Is de zomer in Nederland warm?
Ja, de zomer in Nederland is erg warm.

21. Wanneer begint de herfst in Nederland?
In Nederland begint de herfst in september.

22. In welke maanden is het herfst?
Het is herfst in de maanden september, oktober en november.

23. Regent het vaak in de herfst?
Ja, in de herfst regent het heel vaak.

24. Staat er veel wind op een herfstdag?
Ja, er staat veel wind op een dag in de herfst. (een herfstdag = een dag in de herfst).

25. In welke maanden gaan de mensen in Nederland op vakantie?
In Nederland gaan de mensen op vakantie in de maanden juli en augustus.

praten over tijd

"de tijd vliegt" (c)inleerinbeelden.nl

(c) ikleerinbeelden.nl

Voor mijn leerlingen.

Goed Nederlands praten betekent veel oefenen!
Hieronder staan een heleboel vragen mét antwoorden.  Alle vragen gaan over tijd.
Let goed op de volgorde van de woorden in de vragen én antwoorden. Kijk welke woorden uit een vraag jezelf opnieuw kunt gebruiken in het antwoord. De woorden die je opnieuw kunt gebruiken, zijn vet gedrukt.

1. Hoe laat is het?
Het is 9 uur / 12 uur / 3 uur na de middag / 8 uur ’s avonds / 12 uur ’s nachts.

2. Hoe laat begint de ochtend?
De ochtend begint om 6 uur. (=06.00 uur)

3. Hoe laat begint de middag?
De middag begint om 12 uur.

4. Hoe laat begint de avond?
De avond begint om ongeveer 6 uur. (=18.00 uur)

5. Hoe laat begint de nacht?
De nacht begint om 12 uur (=24.00 uur)

6. Kijk jij TV?
Ja, ik kijk soms TV.

7. Hoe laat kijk jij TV?
Ik kijk soms om 4 uur ’s middags TV (=16.00 uur)
Ik kijk soms om 8 uur ’s avonds TV (=20.00 uur)

8. Hoe laat is het nieuws in Nederland op TV?
Het nieuws is om 6 uur of 8 uur ’s avonds op TV (=18.00 uur en 20.00 uur).

9. Kijk jij ook ’s avonds naar het nieuws?
Ja, ik kijk elke avond naar het nieuws.

10. Hoe laat ga jij naar bed?
Ik ga om ongeveer 11 uur naar bed (=23.00 uur).

11. En hoe laat ga jij in het weekend naar bed?
In het weekend ga ik later naar bed.
In het weekend ga ik
pas om 12 uur naar bed. (=24.00 uur)

12. Slaapt iedereen ’s nachts?
Nee, niet iedereen slaapt ’s nachts.
Ja, bijna iedereen slaapt ’s nachts.

13. Wie slapen niet ’s nachts?
Mensen die ’s nachts werken, slapen niet.

14. Werk jij ’s nachts?
Nee, ik werk overdag.

15. Hoe laat is het ’s avonds donker in de zomer?
In de zomer is het ’s avonds om ongeveer 10 uur donker. (=22.00 uur)

16. Hoe laat is het ’s avonds donker in de winter?
In de winter is het ’s avonds om ongeveer 5 uur donker (=17.00 uur).

17. Hoe laat wordt het ’s ochtends licht in de zomer?
In de zomer wordt het ’s ochtends om 5 uur licht.

18. Hoe laat wordt het ’s ochtends licht in de winter?
In de winter wordt het ’s ochtends om half 9 licht. (=08.30 uur)

19. Kijk jij ’s ochtends TV?
Nee, ’s ochtends kijk ik geen TV.
Nee, ’s ochtends werk ik.

 

KNM – thema Wonen

(c) eenregelperdag.nl

(c) eenregelperdag.nl

Voor mijn leerlingen!

Je moet voor het KNM-examen echt heel veel dingen over de Nederlandse maatschappij weten. Denk niet, dat het KNM-examen makkelijk is. Dat is het niet! Probeer daarom de teksten uit je boek en van de papieren goed te leren!

Dit leren gaat gemakkelijker als je heel veel vragen over de teksten kunt beantwoorden. Leer de vragen niet alleen maar uit je hoofd. Probeer ook goed te begrijpen wat je als antwoord op een vraag geeft. Zo kun je ook andere vragen in een KNM-examen goed beantwoorden, omdat je de teksten goed hebt geleerd.

Deze vragen hieronder gaan over het thema Wonen.

Tekst 1: Een huis huren

1) Wat moet je doen als je een huis wilt huren in Nederland?
Je moet je inschrijven bij de Woningbouwvereniging.

2)
Wat is een woningbouwvereniging?
Het is een organisatie / bedrijf dat woningen heeft en deze woningen verhuurt. Je kunt je inschrijven bij de woningbouwvereniging en dan een huis gaan zoeken.

3) Op welke manier / Hoe kan je kijken bij de woningbouwvereniging welke huizen er te huur zijn?
– Je kunt kijken in een gratis woonkrant van de woningbouwvereniging
– Je kunt kijken in de krant van jouw stad of streek. Hierin staan advertenties van de woningbouwvereniging. In zo’n advertentie staan de huizen die je kunt huren
– Je kunt zoeken op internet. Op de site van de woningbouwvereniging.

4) Wat zijn woonwensen?
Dit zijn dingen die jij belangrijk vindt voor je eigen huis.

5) Noem eens 4 woonwensen?
– De hoogte van de huur;
– huis dicht bij school of treinstation;
– huis moet 3 of 4 kamers hebben (groot / klein huis);
– huis moet in een rustige buurt staan.

6) Wat doe je als je een geschikt / mooi / goed huis vindt?
Je moet reageren op het huis. Je kunt dit doen door te bellen naar de woningbouwvereniging. Of je kunt reageren via de website.
Ook kun je soms een bon (formulier uit de krant) invullen.

7) Wat is huurtoeslag?
Huurtoeslag is geld dat je krijgt, wanneer je zelf de huur niet kunt betalen.
Je moet het geld gebruiken voor de huur.
Je krijgt het geld van de belastingdienst.
Huurtoeslag kun je aanvragen via de site www.toeslagen.nl

Tekst 2: Een huis kopen of verkopen.

1) Wat moet je doen als je een huis wilt kopen?
Je vraagt hulp bij de bank, de makelaar en de notaris.
Meestal moet je een hypotheek nemen bij de bank, zodat je het huis kunt kopen.

2) Wat is een hypotheek?
Een hypotheek is geld dat je van de bank krijgt.
Je leent het geld van de bank. Je moet het dus altijd terugbetalen. Ook moet je er een extra bedrag aan rente over betalen.

3) Wie kan je helpen bij een hypotheek?
De bank.
De hypotheekadviseur.

4) Hoe kun je een koophuis zoeken?
Via de site: www.funda.nl;
Via een makelaar, hij of zij kan je helpen zoeken.

Tot zover de vragen en antwoorden over “wonen” in Nederland en “wonen” als thema bij het examen KNM van de Inburgering.

Binnenkort komen er nog meer vragen met antwoorden over het thema “wonen”.
Veel succes alvast bij het leren voor KNM of Kennis Nederlandse Maatschappij.

vreemde boom?

Er groeit een nieuwe boom op mijn balkon. Geen idee wat voor een. De vruchten waar de boom uitgroeit lijken op eikels of hazelnoten. Ergens herinner ik me vaag het bewaren van noten in mijn keukenvensterbank, ik weet alleen niet meer welke soort. Of was het nu toch het bewaren van eikels?
Probleem is  dat de bladeren niet op eikenblad lijken. En als ik heel eerlijk ben, lijken ze ook niet helemaal op hazelnootblad. Dus tja, wat groeit er nu zo voortvarend in de herfst in mijn balkonbos?
Ik houd het nu eerst toch maar even op hazelnoot. Als het groter wordt, wordt het ongetwijfeld ook duidelijker, zo gaat dat immers met groeien ;) !!

Wat ik gelukkig wel kan benoemen, zijn de heide en de bergthee in mijn balkonbakken! Heel knus en gezellig zo in deze tijd.