oefenexamen spreken vragen én antwoorden -2

Voor mijn leerlingen!

Op jullie verzoek geef ik hier de vragen van een oefenexamen van de DUO-site mét mogelijke antwoorden.

Het gaat om oefenexamen 3.

1)
Ik woon in het centrum van een grote stad. Waar woont u? Vertel ook hoe u dat vindt.
Ik woon in het centrum van een dorp. Ik vind dat gezellig en rustig.
2)
Met wie eet u meestal samen? Zeg ook waar u het liefst eet.
Ik eet meestal samen met mijn familie. Ik eet het liefst thuis.
3)
Waar heeft u Nederlandse les? Zeg ook hoelang u al les hebt.
Ik heb Nederlandse les in Den Haag. Ik heb al bijna drie jaar les.
4)
Ik heb een nieuwe trui gekocht. Wat hebt u kortgeleden gekocht? Vertel ook waar u dat hebt gekocht.
Ik heb kortgeleden een nieuwe broek (of jurk) gekocht bij de H&M in de stad. (oeps…. beetje sluikreclame ;))
5)
Wat vindt u beter in uw eigen land dan in Nederland? Vertel ook waarom.
Ik vind het weer in mijn eigen land beter, omdat het altijd mooi weer is.
6)
Welke stad zou u graag willen zien. Zeg ook wat u daar wilt doen.
Ik zou graag Parijs willen zien. Daar wil ik dan vrienden bezoeken.
7)
Ik heb op school leren lezen. Wat hebt u op school geleerd. Zeg ook wat u het leukst vond om te leren.
Ik heb op school ook leren lezen. Ik vond schrijven het leukst om te leren.
8)
Ik moet soms ’s nachts werken. Wanneer werkt u het liefst? Vertel ook waarom.
Ik werk het liefst overdag, omdat mijn vrienden ook overdag werken.
9)
Hoevaak leest u de krant? Vertel ook wat u van de krant vindt.
Ik lees elke dag de krant en vind de krant heel interessant.
10)
Wat kunt u goed? Vertel ook van wie u dat geleerd hebt.
Ik kan goed lezen. Dat heb ik van de docent geleerd.
11)
Wat voor eten maakt u het liefst? Vertel ook wat u daarvoor nodig hebt.
Ik maak het liefst pasta. Daarvoor heb ik water, pasta, groente en vlees nodig.
12)
Waarmee speelde u vroeger het liefst. Vertel ook waar.
Ik speelde vroeger het liefst bij mijn vriendin midden in het dorp.

Veel succes met oefenen!

 

Advertenties