praten in hele zinnen -2

(c) lezenmetkids.wordpress.comVoor mijn leerlingen!

Hieronder zie je een aantal vragen. Het zijn vragen waarop je in hele zinnen moet antwoorden. Het is een goede oefening voor het praten op je examen.

– Lees eerst de vragen een keer helemaal door;
– let goed op de vetgedrukte woorden;
– soms begint de zin met een werkwoord, je kunt dan antwoorden met ja of nee;
– soms begint de zin met een vraagwoord, je moet dan zelf woorden bedenken;
– begrijp je alle vragen? Wanneer niet, vraag mij erover!;
– als je de vragen begrijpt, probeer ze dan te beantwoorden;
– je hebt voor elk antwoord 15 seconden de tijd.

0) voorbeelden:
Eet u vaak pasta?
Ja, ik eet vaak pasta.
Nee, ik eet nooit pasta.

Welk gerecht eet je vaak?
Ik eet vaak pasta.

1)
Welk fruit eet u vaak?
2)
Houdt u van de sneeuw in de winter in Nederland?
3)
Kijkt u vaak naar de Nederlandse TV?
4)
Welk programma op de Nederlandse TV vindt u leuk?
5)
Welk programma op de Nederlandse TV vindt u interessant?
6)
Gebruikt u de computer veel?
7)
Wat voor eten vindt u het lekkerst?
8)
Wat doet u in het weekend, als u vrij bent?
9)
Waar koopt u uw boodschappen?
10)
Wanneer leert u uw huiswerk meestal?
11)
Kookt u vaak eten?
12)
Wat voor eten kookt u dan?
13)
Heeft u ook hobby’s?
14)
Welke hobby’s heeft u?
15)
Hoe gaat u naar het centrum van de stad?
16)
Gaat u het liefst op de fiets of met de tram?
17)
Wat vindt u niet leuk in Nederland?
18)
Welke dingen vindt u niet leuk in uw eigen land?
19)
Gaat u vaak op de fiets in Nederland?
20)
Kunt u auto rijden?

Vond je het moeilijk? Je kunt de vragen over een paar dagen nog weer eens opnieuw beantwoorden. Als je het vaak herhaalt, gaat het praten steeds makkelijker. Je kunt dan steeds sneller een mooie hele zin maken. We kunnen de zinnen in de les een keer samen doen.

Hier kan je nog meer leren praten in hele zinnen.

Advertenties