praten op jouw examen -3

Voor mijn leerlingen!

Hieronder zie je nog een keer 15 helemaal nieuwe (!!) vragen. Het zijn vragen zoals ze op jouw inburgeringsexamen spreekvaardigheid ook kunnen worden gesteld.

Het zijn bijzondere vragen want ze bestaan uit drie delen:
1) de man of vrouw die jou iets vraagt, zegt eerst iets over zichzelf, iets wat hij of zij zelf vindt of doet, bijvoorbeeld:
In mijn vrije tijd fiets ik veel.
Luister goed naar deze eerste zin, je kunt het gebruiken bij jouw eigen antwoord!

2) daarna vraagt hij of zij daarover iets aan jou, bijvoorbeeld:
Fietst u ook veel?
Hierop kan je een kort antwoord geven, waarbij je stukken uit de vraag kunt gebruiken! (Ja, ik fiets ook veel / Nee, ik fiets niet veel / Nee, ik fiets nooit.)
3) en tot slot vraagt hij of zij nog iets meer daarover, bijvoorbeeld:
Vertel ook waarom u wel of niet fietst.
Hierop moet je ook een antwoord geven, let hierbij goed op het vraagwoord dat je hoort! (waarom? welke? hoe vaak? wat voor? hoeveel? hoe?)

– Lees eerst de vragen een keer helemaal door;
– begrijp je alle vragen? Wanneer niet, vraag mij erover!;
– kijk goed naar de drie delen die je in elke vraag ziet;
– probeer ze nu te beantwoorden;
– geef jezelf 15 seconden de tijd om de vraag te beantwoorden.
– wil je de zinnen een keer met mij in de les oefenen, vraag me dan!

Veel succes!

  1. Ik vind Italië een mooi land omdat ik van kunst houd. Welk land vindt u mooi? En waarom?
  2. Ik ben bijna nooit kwaad. Bent u wel eens kwaad? En wanneer bent u dan kwaad?
  3. Ik eet ’s ochtends altijd yogurt en ik drink thee. Wat eet en drinkt u ’s ochtends als ontbijt?
  4. Ik vind Delft een mooie stad in Nederland, er is veel te zien en het is gezellig. Wat vind u een mooie stad in Nederland en waarom?
  5. Op vakantie logeer ik in een vakantiewoning midden in het bos. Hoe zoudt u het liefst op vakantie willen gaan en waarom?
  6. Mijn verjaardag vier ik altijd in kleine kring én ik ga met mijn man uit eten. Wat doet u het liefst met uw verjaardag?
  7. In Nederland is er soms erg hoog water. De huizen staan onder of de rivieren stromen over. Wat vindt u daarvan?
  8. Ik vind het leuk om bezoek te krijgen. Vindt u het leuk om bezoek te krijgen? En waarom?
  9. Ik woon in Den Haag. In welke stad woont u? En sinds wanneer woont u daar?
  10. Ik heb veel hobby’s Ik fiets en ik wandel. Wat heeft u voor hobby’s?
  11. Ik heb een paar jaar Arabisch geleerd en vond dat erg moeilijk. Vindt u de Nederlandse taal moeilijk? En wilt u ook nog een andere taal leren?
  12. Mijn kinderen gaan naar de middelbare school. Wat weet u van de Nederlandse middelbare school?
  13. Ik ben directiesecretaresse, maar ik doe nu iets anders. Wat is uw beroep? En wilt u dat altijd blijven?
  14. Ik houd van mooie dingen in huis. Ik koop best veel mooie dingen voor mijn huis. Wat koopt u veel?
  15. Ik houd van de bossen. Sommige mensen houden van de polders of van de grote stad. Waarvan houd u het meest en waarom?

Wil je nog meer oefenen met examenvragen? Kijk dan hier of hier (met veel dank aan Ad Appel!).

Advertenties