praten in hele zinnen

(c) lezenmetkids.wordpress.comHieronder zie je een aantal vragen. Het zijn vragen waarop je in hele zinnen moet antwoorden.
Om je een beetje te helpen, heb ik een begin met de zin gemaakt.

– Lees eerst de vragen een keer helemaal door;
– begrijp je alle vragen? Wanneer niet, vraag mij erover!;
– als je de vragen begrijpt, probeer ze dan te beantwoorden;
– je hebt voor elk antwoord 15 seconden de tijd.

1) Ga jij op vakantie?
Ja, ik ga………………………………………………..
2) Waar ga jij dan naar toe?
Ik ga naar …………………………………………….
3) Wat is jouw moedertaal?
Mijn moedertaal …………………………………..
4) Spreek jij ook nog een andere taal?
Ja, ik ………………. ook …………………………….
5) Heb jij een grote familie?
Ja, ik ……………………………………………………..
6) Hoeveel broers en zussen heb jij dan?
Ik heb………………………….. broers en ik ………………………………………
7) Hoelaat begint jouw dag ’s morgens?
Mijn dag ……………………………………………………
8) En wat doe jij dan het eerst ’s morgens?
Eerst ga ik …………………………………………………
9) Waar woon jij?
Ik ……………………………………………………………..
10) En in wat voor een huis woon jij?
Ik …………………………………………………………….
11) Houd jij van fietsen?
Ja, ik ………………………………………………………..
12) Waarom houd jij van fietsen?
Omdat fietsen ………………………………………….
13) Kijk je veel televisie?
Ja, ik ………………………………………………………..
Nee, ik ……………………………………………………..
14) En wanneer kijk jij dan televisie?
Ik …………………… om ……………. uur en om ………………………. uur.
15) Krijgt je wel eens vrienden op bezoek?
Ja, ik ………………………………………………………
16) En wat doe je dan samen met je vrienden?
Wij …………………………………………….. samen.
17) Vind je de winter een fijn seizoen?
Nee, ik …………………………………………………..
18) Welk seizoen vind jij een fijn seizoen?
Ik vind ………………………………………………….

Vond je het moeilijk? Je kunt de vragen over een paar dagen nog weer eens opnieuw beantwoorden. Als je het vaak herhaalt, gaat het praten steeds makkelijker. Je kunt dan steeds sneller een mooie hele zin maken. We kunnen de zinnen in de les een keer samen doen.

Advertenties