oefenen met 4 werkwoorden -4

Voor mijn leerlingen!

We gaan oefenen met de werkwoorden:

kijken
ik kijk
jij kijkt
kijk jij?
hij/zij kijkt
wij kijken
jullie kijken
zij (mv) kijken
dragen
ik draag
jij draagt
draag jij?
hij/zij draagt
wij dragen
jullie dragen
zij (mv) dragen
koken
ik kook
jij kookt
kook jij?
hij/zij kookt
wij koken
jullie koken
zij (mv) koken
afwassen
ik was af
jij wast af
was jij af?
hij/zij wast af
wij wassen af
jullie wassen af
zij (mv) wassen af

– als je de werkwoorden hierboven geleerd hebt, probeer je de oefening hieronder te maken, zonder hierboven naar de werkwoorden te kijken!
– Vul in elke zin de goede vorm van het werkwoord in, dus bijvoorbeeld: ik kijk, wij dragen, het meisje kookt, de vrouwen wassen af;
– lees de oefening daarna een paar keer rustig (!!) door, zodat je het mooi kunt lezen;
– als je een woord niet kent, vraag het dan aan mij. Veel succes!

Vul de juiste vorm in van het werkwoord KIJKEN:
Hoe laat _______________ jij altijd TV??
Ik _____________ ’s avonds om 20.00 uur TV.
Waarom _______________ jullie zo veel TV?
Wij __________ veel TV omdat wij veel tijd hebben.
Welke programma’s op TV ______ Nadia graag?
Nadia ___________ graag naar detectives op TV.
Waarom _________ jouw zus zo boos?
Mijn zus __________ boos omdat zij kwaad is.

Vul de juiste vorm in van het werkwoord DRAGEN:
Waarom ___________ jij een muts vandaag?
Ik ____________ een muts omdat het koud is.
_____________ jullie altijd sokken?
Nee, wij ___________ alleen sokken inde winter.
____________ jouw zusje al lang een hoofddoek?
Ja, mijn zusje ___________ al jaren een hoofddoek!.
Waarom ____________ zij die zware tas?
Zij __________ die zware tas omdat haar man moeilijk loopt.

Vul de juiste vorm in van het werkwoord KOKEN:
___________ jij altijd voor de familie?
Nee, ik ____________ alleen voor de familie als moeder weg is.
Waarom _________ jullie zo vaak pasta?
Wij ____________ vaak pasta omdat het lekker is!
Wanneer _________ moeder deze week?
Moeder __________ deze week op de vrijdag.
Wat voor eten ________ jij het liefst?.
Ik _________ het liefst rijst met kip.
Waneer ________ wij weer eens samen?
Wij _________ weer samen als het feest is.

Vul de juiste vorm in van het werkwoord AFWASSEN:
________ jij altijd af na het eten?
Nee, soms ________ ik niet af omdat ik geen zin heb.
__________ jullie de kopjes even af?
Nee, wij ________ nu geen kopjes af!
Waarom ________ moeder de afwas niet af?
Moeder ________ de afwas niet af omdat zij eerst wil rusten.
________ jouw zus graag een grote afwas af?
Neen, mijn zus ________ helemaal niet graag af!
Wie _______ er bij jullie thuis altijd af?
Mijn man ________ altijd af bij ons thuis.

Als dit heel gemakkelijk gaat, maak dan nog eens twee zinnen met elk van de werkwoorden. Geef de zinnen aan mij en ik kijk ze voor je na!

Wil je het geleerde over werkwoorden nogeens herhalen of andere werkwoorden beter leren, klik dan op deze link.

Advertenties