zinnen maken – lijdende vorm

Voor mijn leerlingen!

Zet de volgende (bedrijvende, actieve) zinnen in de lijdende (passieve) vorm.

1. De vrouw maakt het huis schoon.
2. Het meisje koopt de nieuwe broek.
3. De koe geeft melk.
4. Het meisje doet de jas aan.
5. Hassan haalt Badria op uit school.
6. De familie koopt een groter huis.
7. De kinderen spelen in de tuin. (Let op: woordje “er” gebruiken).
8. De man belt aan de deur. (Let op: woordje “er” gebruiken)
9. De familie kijkt een programma op TV.
10. De zussen doen de afwas.

Als je de zinnen hebt gemaakt, geef ze dan aan mij. Ik kijk ze voor je na. Veel succes!

Wil je nog eens opnieuw lezen of leren over de lijdende vorm, kijk dan nog eens hier.

 

Advertenties