wat is de lijdende vorm?

Voor mijn leerlingen!

Bekijk de volgende zinnen:
1. De vrouw haalt de boodschappen.
2. De boodschappen worden door de vrouw gehaald.

Zin 1 staat in de bedrijvende (of actieve vorm).
In deze zin kunnen we 3 dingen een naam geven:
1)
er staat een werkwoordelijk gezegde in de zin. Dat is hier de persoonsvorm=het vervoegde werkwoord: haalt;
2)
er staat een onderwerp in de zin. Om te weten wie/wat het onderwerp is, kan je vragen wie/wat doet iets? (=hier: haalt iets)? Het antwoord is hier dan: de vrouw haalt iets. De vrouw is daarom het onderwerp in deze zin. Het onderwerp in de bedrijvende zin doet iets, daarom noemen we het ook wel de actieve vorm!
3)
er staat een lijdend voorwerp in deze zin. Om te weten wie/wat het lijdend voorwerp is, kan je vragen wie/wat haalt (=werkwoordelijk gezegde) de vrouw (=onderwerp)? Het antwoord is hier: de boodschappen, de vrouw haalt de boodschappen. De boodschappen zijn daarom het lijdend voorwerp in deze zin.

Deze zin in de bedrijvende vorm heeft dus een werkwoordelijk gezegde, onderwerp en lijdend voorwerp. Je kunt deze zin in de lijdende (of passieve) vorm zetten.

Zin 2 staat in deze lijdende (of passieve) vorm.
Er veranderen dan drie dingen:
1.
Het lijdend voorwerp (de boodschappen) wordt onderwerp.
Je kan immers vragen: wie/wat wordt gehaald (=werkwoordelijk gezegde)? Het antwoord is dan: de boodschappen. Het onderwerp in de lijdende zin doet echter niets, daarom noemen we dit ook wel de passieve vorm.
2.
Het onderwerp wordt een bijwoordelijke bepaling, het woordje door staat ervoor.
Wat een bijwoordelijke bepaling precies is en hoe we deze kunnen vinden in een zin, daarover later meer!
3.
In het gezegde komt een vorm van het hulpwerkwoord worden te staan. Het werkwoordelijke gezegde wordt daarom: wordt gehaald.

Let op!
– Als een bedrijvende zin in de onvoltooide tijd staat (zoals hierboven), moet je in de lijdende zin het hulpwerkwoord worden gebruiken.
– Als een bedrijvende zin in de voltooide tijd staat (zoals hieronder), moet je in de lijdende zin het hulpwerkwoord zijn gebruiken.
– Als je zinnen omzet van de bedrijvende vorm naar de lijdende vorm of andersom moet de tijd van de zin hetzelfde blijven. Iets wat in de tegenwoordige tijd (nu) staat, blijft dus in de tegenwoordige tijd (nu).

Twee zinnen in de voltooide tijd:
1. De vrouw heeft de boodschappen gehaald. (bedrijvend/actief)
2. De boodschappen zijn door de vrouw gehaald. (lijdend/passief)

Hier is ook nog een film waarin de lijdende vorm van een zin wordt uitgelegd.

Wanneer je alles hebt begrepen, wat je hierboven hebt gelezen, dan mag je proberen ook naar de volgende film te luisteren: het Nederlands in deze film is moeilijker. Wanneer je niet alles begrijpt uit deze film is dat helemaal niet erg!

Wanneer je nog niet alles snapt of je wilt zelfs meer weten over de lijdende vorm, vraag het mij dan in de les. Ik vertel er dan over.

Hier vind je een aantal zinnen, die je in de lijdende vorm mag gaan zetten. Geef de gemaakte zinnen aan mij en ik kijk ze voor je na! Veel succes!

Advertenties