zinnen met tijdsbepaling aan het begin

Voor mijn leerlingen!

We gaan nu zinnen afmaken, die met een tijdsbepaling beginnen. Een tijdsbepaling zegt iets over de tijd. Je kunt vragen wanneer iets gedaan wordt. Bijvoorbeeld: ’s morgens – volgende week – voor de middag – elke vrijdag – in de vakantie.

– kijk goed naar de zin in het blokje. Dit is een “normale / gewone” Nederlandse zin. In deze zin staat altijd
1) wie? (het onderwerp) en daarna
2) de persoonsvorm (= het vervoegde werkwoord in de zin).

– we gaan nu zinnen maken met een tijdsbepaling (=wanneer?) aan het begin. Als een zin met een tijdsbepaling begint, volgt er een omdraaiing (=inversie) van het onderwerp en de persoonsvorm, let daar goed op en kijk naar het eerste voorbeeld.
– probeer nu de andere zinnen zelf te maken. Als je de zinnen gemaakt hebt, kijken we ze samen na in de les. Als je iets niet snapt, kan je het altijd vragen. En let op: fouten maken is niet erg!!!

1) wie? (het onderwerp)
2) persoons-
vorm (het vervoegde
werkwoord)
3) wanneer?         (tijd)
4) hoe lang? (tijd)
5) wat?
6) waar? (plaats)
Moeder drinkt ’s morgens een kwartier koffie in de kamer.

voorbeeld: (let op de omdraaiing).
’s Morgens drinkt moeder een kwartier koffie in de kamer.

Maak nu de volgende zinnen zelf:

Jan loopt morgen naar school

Morgen _________________________________________________

Asma moet volgende week werken.

Volgende week ___________________________________________

Ik moet de TV uitdoen als ik weg ga.

Als ik weg ga ___________________________________________________

Zamzam brengt Badria om 8.00 uur naar school.

Om 8.00 uur _____________________________________________

Wij halen op donderdag altijd boodschappen.

Op donderdag ____________________________________________

Moeder gaat na de middag naar het ziekenhuis.

Na de middag ______________________________________________

Hassan gaat elke vrijdag naar Den Haag.

Elke vrijdag _______________________________________________

De familie wil morgen nieuwe kleding gaan kopen.

Morgen ___________________________________________________

Nadia gaat in de vakantie bij een vriendin logeren.

In de vakantie ______________________________________________

De vogels fluiten altijd harder na een regenbui.

Na een regenbui ____________________________________________

Het weer wordt kouder en natter volgende maand.

Volgende maand ___________________________________________

Advertenties