drinken

Voor mijn leerlingen!

De werkwoordvervoegingen:

ik drink
jij drinkt
hij/zij/het drinkt
wij/jullie/zij drinken

Vragen en antwoorden met het werkwoord drinken:

Drink jij water of wijn?
Ik drink water.
Ik drink nooit wijn.
Ik drink appelsap / grapefruitsap / sinaasappelsap.

Drinkt hij alcohol?
Nee, hij drinkt geen alcohol.

Drinkt zij melk?
Nee, zij drinkt nooit melk.

Drinken jullie water bij het eten?
Ja, wij drinken water bij het eten.
Nee, wij drinken niets bij het eten.

Wat drinken Nederlanders vaak?
Nederlanders drinken vaak koffie.

Wat drinken de jongens vaak?
De jongens drinken vaak bier.

En wat drinkt een vrouw meestal?
Een vrouw drinkt meestal wijn.

Wat drinkt Joke soms?
Joke drinkt soms Martini.

Drinkt Hassan bier?
Nee, Hassan drinkt geen bier.

Wat drinkt Sadia?
Sadia drinkt water.

Wat drinken Asmaa en Zamzam?
Zij drinken thee.

Wat drinken wij samen na de les?
Na de les drinken wij samen koffie.

Drink jij jouw thee met veel of weinig suiker?
Ik drink mijn thee met veel suiker.
Ik drink mijn thee zonder suiker.

Hoe drinkt hij zijn koffie?
Hij drinkt zijn koffie met een beetje melk.

Hoe drinkt Asmaa haar koffie?
Asmaa drinkt haar koffie met heel veel melk.

Wanneer drinkt Zamzam hete koffie?
Zamzam drinkt hete koffie als ze het koud heeft.

Wat drinkt Hassan bij het eten?
Hassan drinkt thee me suiker bij het eten.

Wat drink je als je griep hebt?
Je drinkt heet water met limoen als je griep hebt.

Hier ga je naar de werkwoordenlijst

Advertenties