zijn

Voor mijn leerlingen!

De werkwoordvervoegingen:

ik ben
jij bent
hij/zij/het is
wij/jullie/zij zijn

Vragen en antwoorden met het werkwoord zijn:

Waar ben jij geboren?
Ik ben geboren in Somalië.

Waar ben jij nu?
Ik ben in de woonkamer / slaapkamer / keuken etc.

Ben jij groot of klein?
Ik ben groot / klein.

Ben jij een meisje of een jongen?
Ik ben een meisje / een jongen.

Waar is de docent geboren?
De docent is geboren in Nederland.

Is de docent een man of een vrouw?
 Zij is een vrouw.

Waar is de koe, in het huis of in de schuur?
De koe is in de schuur.

Is de koe groot of klein?
De koe is groot.

Is de muis groot of klein?
De muis is klein.

Is het schaap een mens of een dier?
Het schaap is een dier.

Waar is de lepel, in de douche of in de la?
De lepel is in de la.

Is de lepel klein of groot?
De lepel is klein.

Is de lepel een dier of een ding?
De lepel is een ding.

Waar zijn jullie geboren?
Wij zijn geboren in Somalië.

Waar zijn jullie nu?
Wij zijn nu in de woonkamer / slaapkamer / keuken.

Is de woonkamer groot of klein?
De woonkamer is groot.

Is de wc groot of klein?
De wc is klein.

Zijn de man en de vrouw samen of alleen?
De man en de vrouw zijn samen.

Is de broer familie of geen familie?
De broer is familie.

Zijn de neef en de nicht ook familie?
Ja, de neef en de nicht zijn ook familie.

Waar is moeder geboren, in Nederland of Somalië?
Moeder is geboren in Somalië.

Hier ga je naar de werkwoordenlijst.

Advertenties